Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 22 november 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:9356
Wilco BV/werknemer
Feiten
Werknemer is sinds 1 mei 2006 in dienst van Wilco BV, een bedrijf dat is gespecialiseerd in het drukken van boeken. Werknemer is op 7 oktober 2015 op staande voet ontslagen, omdat hij zonder toestemming van zijn leidinggevende, X, drie boeken zou hebben weggenomen. Dit ontslag op staande voet is vervolgens door de kantonrechter vernietigd. Tegen dit oordeel komt Wilco in hoger beroep.
Oordeel
Ontslag op staande voet
Anders dan werknemer heeft aangevoerd, rechtvaardigt, als komt vast te staan dat werknemer op 7 oktober 2015 drie Fantasia IX-boeken zonder toestemming van zijn leidinggevende heeft meegenomen, dit het door Wilco aan hem gegeven ontslag op staande voet. De omstandigheid dat niet aan de bestanddelen van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht is voldaan en met name het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt, betekent niet dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd zou zijn. Bij een ontslag op staande voet gaat het er immers om dat het voor de werknemer onmiddellijk duidelijk behoort te zijn welke gedragingen of eigenschappen de werkgever hebben genoopt tot de opzegging. Uit de hiervoor vermelde brief van 7 oktober 2015 heeft werknemer moeten begrijpen dat hij van diefstal werd beschuldigd omdat hij zonder toestemming van Wilco drie Fantasia IX-boeken heeft weggenomen om deze voor zichzelf (dat wil zeggen voor zijn drie nichtjes als sinterklaascadeau) te behouden. De term ‘diefstal’ is daarmee niet gebruikt in de strafrechtelijke betekenis maar omschreven zoals hiervoor is weergegeven. De procedure binnen Wilco en de daaraan verbonden sanctie is vanaf 2006 tot en met 2013 in verschillende memo’s aan het personeel vastgelegd. Dit betekent dat sprake is van een jarenlang bestaand beleid dat duidelijk aan de medewerkers binnen Wilco is gecommuniceerd. Vast staat dat werknemer op 7 oktober 2015 zijn oog had laten vallen op drie Fantasia IX-boeken die hij, zo heeft hij aangevoerd, voor drie nichtjes als sinterklaascadeau wilde meenemen. De toenmalige gemachtigde van werknemer heeft in zijn geciteerde brief van 22 oktober 2015 aangegeven dat werknemer wist dat hij toestemming van een leidinggevende diende te hebben om de boeken mee naar huis te kunnen nemen en dat dit de reden is geweest dat hij op 7 oktober 2015 Y, die op die dag zijn leidinggevende was, heeft benaderd. Het voorgaande wordt bevestigd door hetgeen werknemer tijdens zijn verhoor als getuige heeft verklaard. Tussen partijen is niet in geschil dat in de drie boeken geen stempel of handtekening van Y is geplaatst. Volgens werknemer heeft Y hem op 7 oktober 2015 mondeling toestemming verleend om de boeken mee te nemen. Wilco heeft dit gemotiveerd betwist. Werknemer heeft verklaard dat Y hem omstreeks 14:00 uur, aan het begin van zijn dienst, heeft opgedragen werkzaamheden in de bandenmaakafdeling te gaan verrichten omdat aan de 85-machine in de binderij waaraan hij normaal gesproken werkzaam was, onderhoudswerkzaamheden werden verricht. Na ongeveer een uur kwam Y naar de bandenmaakafdeling en deelde hem mee dat de machine weer in orde was. Toen hebben Y en werknemer met elkaar gesproken en heeft Y hem toestemming gegeven om de drie Fantasia-boeken mee te nemen. Alvorens verder te beslissen wenst het hof de camerabeelden die op 7 oktober 2015 tussen 12:45 en 17:00 uur zijn gemaakt te bekijken. Het gaat hierbij om de beelden van de (enige) camera in de binderij en van de drie camera’s in het magazijn/de expeditie. Wilco dient deze beelden op een dvd te zetten en deze dvd bij het hof te deponeren op 29 november 2016. Voorts dient Wilco vier extra dvd’s aan het hof te verstrekken, eveneens op 29 november 2016. Bij deze dvd’s dient Wilco door middel van een schriftelijk bericht een overzicht te verstrekken met vermelding (a) van de tijdstippen waarop Y en/of werknemer te zien is/zijn in de binderij en in het magazijn/de expeditie en (b) wat er te zien is. Werknemer wordt daarna in de gelegenheid gesteld zich uit te laten met betrekking tot de camerabeelden en het schriftelijk bericht van Wilco, eveneens door middel van een schriftelijk bericht en wel op 6 december 2016. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.