Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 11 mei 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:5835
werknemer/JVH Hospitality B.V.
Feiten
Werknemer is sinds 2008 in dienst van JVH en als manager werkzaam in een casino. Bij brief van 17 februari 2016 is hij op staande voet ontslagen. In de brief is daarvoor als reden gegeven dat werknemer tijdens het gesprek op 16 februari 2016 heeft erkend dat hij het op 7 en 8 februari 2016 gevonden geld in zijn zak heeft gestoken en heeft aangegeven dat hij dit altijd doet als hij geld vindt. Bovendien heeft werknemer tijdens het gesprek een muntstuk van € 2 uit zijn broekzak gehaald en aangegeven dat hij dat eerder die dag had gevonden, vervolgens in zijn broekzak had gestoken en met dat muntstuk uit de vestiging is geweest. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet. JVH heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend.
Oordeel
Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Vast staat dat JVH op 7 en 8 februari 2016 heeft geconstateerd dat werknemer door hem aangetroffen geld niet had geregistreerd en dat JVH hem daarmee op 16 februari 2016 heeft geconfronteerd. Ter zitting is van de zijde van JVH aangegeven dat JVH deze periode nodig heeft gehad om de camerabeelden op locatie te bestuderen en zich intern te beraden over de tegen werknemer te nemen stappen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft JVH in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend gehandeld. JVH hanteert, ter bescherming van haar geldvoorraad, strakke procedureregels met betrekking tot de administratieve verantwoording van gevonden geld in haar casino’s. Tussen partijen is niet in discussie dat werknemer met die door JVH gehanteerde strakke regels bekend was: gevonden geld moet worden geregistreerd in het kwaliteitssysteem. Ook staat vast dat in december 2015 uit een audit is gebleken dat in de vestiging Heerenveen in strijd met die regel werd gehandeld en dat werknemer in reactie op deze bevinding heeft aangegeven dat hij het op juiste wijze registreren van gevonden geld onder de aandacht heeft gebracht van zijn personeel. Werknemer heeft zich evenwel, naar tussen partijen onbestreden vaststaat, op 7 en 8 februari 2016 zelf niet aan de procedurevoorschriften omtrent de omgang met gevonden geld gehouden. Geconstateerd is dat werknemer tot tweemaal toe een gevonden muntstuk van € 2 in zijn zak heeft gestoken en niet heeft geregistreerd in het kwaliteitssysteem. Voorts wordt niet bestreden dat werknemer hierop door JVH in het gesprek van 16 februari 2016 is aangesproken en daarin heeft erkend dat hij het door hem aangetroffen geld niet heeft geregistreerd en heeft aangegeven dit wel vaker niet te doen. Dit gedrag is naar het oordeel van de kantonrechter in de gegeven omstandigheden dusdanig dat het een voldoende dringende reden voor ontslag oplevert. Meegewogen wordt dat werknemer uit hoofde van zijn functie een extra verantwoordelijkheid heeft en zijn eigen medewerkers bovendien recentelijk nog heeft aangesproken op het naleven van bedoelde procedureregels. Door desondanks de procedureregels omtrent de omgang met gevonden geld naast zich neer te leggen, heeft werknemer het in hem gestelde en noodzakelijke vertrouwen van JVH in zijn integriteit wezenlijk geschaad. De verzoeken van werknemer worden afgewezen. JVH wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar voorwaardelijke ontbindingsverzoek.