Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Pathé Theatres B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 4 december 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:7910

werknemer/Pathé Theatres B.V.

Vernietiging ontslag op staande voet nadat werknemer structureel petflessen meeneemt en het statiegeld int. Tegenverzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, maar werknemer is vanaf nu wel een gewaarschuwd man.

Feiten

Werknemer verzoekt, kort gezegd en zakelijk weergegeven, de vernietiging van het hem door verweerster, Pathé, op 18 september 2015 gegeven ontslag op staande voet, toelating tot de werkvloer op straffe van een dwangsom en doorbetaling van zijn salaris met emolumenten en rente over de verzochte bedragen. Werknemer is op staande voet ontslagen op de drie gronden die genoemd staan in de ontslagbrief van 18 september 2015, te weten (1) het structureel meenemen van petflessen die toebehoren aan Pathé; (2) het opzettelijk omzeilen van de camerabewaking om grote zakken met die flessen buiten het pand te kunnen brengen; en (3) het toe-eigenen van het geld dat werknemer bij inlevering van die lege flessen heeft gekregen.

Oordeel

Aannemelijk is dat werknemer wist dat de petflessen in grote zakken verzameld moesten worden en naar een inzamelpunt gebracht; dat gebeurde kennelijk dagelijks en hij werkte dagelijks tussen of in de buurt van degenen die dat deden, deed dat wellicht zelf, dus dat hij dat niet wist, gelooft de kantonrechter niet. Niet aannemelijk is echter dat hij wist dat Pathé die flessen niet weg zou gooien maar zou inleveren om het statiegeld te benutten. Pathé heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat inzameling is voorgeschreven, laat staan dat de bedoeling daarvan is dat zij bij de leverancier het statiegeld kan verrekenen. De kantonrechter ziet niet in dat werknemer dat had moeten begrijpen. Werknemer heeft stiekem gehandeld, daar is de kantonrechter wel van overtuigd. Dat betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat hij wist dat hij Pathé een voordeel ontnam. Hij deed iets wat in strijd was met de gebruikelijke orde – en daarom hinderlijk en niet fraai – en dus moesten lastige vragen daarover uit de weg gegaan worden. De conclusie is dat de gedraging van werknemer niet als dringende reden kan gelden. Het verzoek tot vernietiging wordt daarom toegewezen. De gevorderde voorlopige voorziening zal niet helemaal toegewezen worden. De wettelijke verhoging van het loon wegens te late betaling zal afgewezen worden; redelijkheid en billijkheid brengen mee dat die tot nihil gematigd wordt. Zoals uit de gegeven overwegingen volgt acht de kantonrechter het handelen van werknemer, hoewel niet behoorlijk, toch niet zó verwijtbaar dat van Pathé niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet. Voorts ziet de kantonrechter wel in dat Pathé werknemer nu niet hoog meer heeft zitten; het is de tweede keer dat hij een storende fout maakt. Werknemer moet zich nu wel als een gewaarschuwd man beschouwen. Het gaat echter te ver de arbeidsverhouding nu als zó verstoord te beschouwen dat die ontbonden moet worden. Het ontbindingsverzoek zal daarom worden afgewezen.