Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Mondriaan
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:5445

werkneemster/Stichting Mondriaan

Ontslag op staande voet wegens vermissing geldbedragen terecht gegeven. Werkneemster veroordeeld tot voldoening van gefixeerde schadevergoeding en schade die zij bij de uitvoering van haar arbeidsovereenkomst heeft toegebracht.

Feiten

Werkneemster is per 29 maart 1993 in dienst bij Mondriaan. Op 10 januari 2017 is werkneemster geconfronteerd met mogelijke misstanden ten aanzien van de opname en afdrachten van geldbedragen. Op 11 januari 2017 is werkneemster ziek gemeld. Werkneemster is vervolgens in de gelegenheid gesteld om haar administratie aan Mondriaan over te dragen, maar gaat hiertoe niet over en geeft aan inhoudelijk niet te kunnen reageren. Na enige correspondentie tussen Mondriaan en de gemachtigde van werkneemster laat Mondriaan onderzoek uitvoeren door Hoffmann Bedrijfsrecherche. Op 21 februari 2017 heeft Hoffmann een tussentijdse rapportage uitgebracht, waarvan een kopie aan de gemachtigde van werkneemster is gestuurd. Werkneemster heeft vervolgens aangegeven dat zij vanwege haar gesteldheid niet in staat is de door Mondriaan gestelde vragen te beantwoorden. Bij brief van 14 maart 2017 is werkneemster door Mondriaan op staande voet ontslagen. Werkneemster vordert onder meer vernietiging van de opzegging. Bij wijze van tegenverzoek verzoekt Mondriaan onder meer toekenning van gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van € 20.477 en een schadevergoeding ter hoogte van € 79.577,51.

Oordeel

Ontslag op staande voet Vanwege de ernst van de verdenkingen heeft Mondriaan terecht uitvoerig onderzoek laten verrichten. Waar het om gaat is dat de werkgever na het ontdekken van de (mogelijk) als dringende redenen te kwalificeren handelingen onverwijld ontslag verleent. Daarvan is hier sprake. De kantonrechter is voorts van oordeel dat dringende reden I, te weten dat door toedoen van werkneemster aan Mondriaan toebehorende gelden, te weten bedragen van € 29.649,68 en € 26.673,63, althans substantiële geldbedragen, zijn verdwenen, zonder dat zij daarvoor een plausibele verklaring kan geven, is komen vast te staan. Daarnaast heeft werkneemster met haar handelwijze Mondriaan de mogelijkheid ontnomen (en doet ze dat nog steeds) om te achterhalen waar de aan haar toevertrouwde gelden zijn gebleven, althans voor welke doeleinden die gelden zijn aangewend, opdat Mondriaan ter zake een deugdelijke rekening en verantwoording kan opstellen. Uit voorgaande overwegingen vloeit eveneens voort dat ook dringende reden II is komen vast te staan. Bovendien is het evident dat de gedragingen en tekortkomingen van werkneemster in strijd zijn met de eisen van goed werknemerschap en de cao en dat van een volstrekt onjuiste taakopvatting blijk is gegeven, zodat ook dringende reden III is komen vast te staan. Het ontslag op staande voet is dan ook terecht gegeven. Alle verzoeken van werkneemster worden afgewezen.

Schadevergoeding

Nu werkneemster de omvang van de gefixeerde vergoeding niet heeft betwist en de kantonrechter vaststelt dat deze vergoeding is berekend met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:677 lid 3 onderdeel a BW is de door Mondriaan verzochte vergoeding van € 20.477 bruto toewijsbaar. Voorts oordeelt de kantonrechter dat het handelen en nalaten van werkneemster een structureel karakter heeft en zich in ieder geval heeft uitgestrekt over 2015 en 2016. Werkneemster heeft haar belangen boven die van Mondriaan laten prevaleren, en daarbij op slinkse wijze van haar positie als afdelingsmanager misbruik gemaakt. Indien Mondriaan daardoor schade lijdt, is deze schade dan ook het gevolg van een bewuste afweging van werkneemster en daarmee opzettelijk door haar veroorzaakt. Dat betekent dat werkneemster op grond van artikel 7:661 BW aansprakelijk is voor de daardoor bij haar werkgever geleden schade. Werkneemster wordt dan ook veroordeeld tot betaling aan Mondriaan van een bedrag van € 79.577,51, bestaande uit de niet afgedragen kasgelden, vermiste contante winkel- en voedingsgelden en de door Hoffmann gemaakte onderzoekskosten.