Naar boven ↑

Rechtspraak

SAM Recruitment Netherlands B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 november 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4184

SAM Recruitment Netherlands B.V./werknemer

Schorsing van het concurrentiebeding. De reikwijdte van het beding is te verstrekkend. Het beding verbiedt werknemer ook in dienst te treden bij bedrijven die gelijksoortig/aanverwant zijn aan zusterondernemingen van werkgever, waarvoor werknemer geen werkzaamheden heeft verricht en die geen concurrent zijn.

Feiten

SAM houdt zich bezig met recruitment van professionals in de sales- en marketingbranche. SAM is onderdeel van de Ambitious People Group B.V. (hierna: APG). Onder APG vallen diverse zusterondernemingen, samen Ardekay te noemen. Ardekay richt zich op het rekruteren van professionals werkzaam in de IT-branche. Werknemer is in april 2015 bij SAM in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van Principal Recruitment Consultant. In de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding, een concurrentie-, een relatie-, en een non-sollicitatiebeding opgenomen. Werknemer is vanaf 1 april 2018 feitelijk werkzaam bij DIQQ. DIQQ is met toestemming en onder strikte voorwaarden van APG opgericht door X. X is gedurende de periode van 1 juni 2013 tot 1 september 2016 in dienst geweest van Ardekay. SAM heeft zich op het standpunt gesteld dat werknemer in strijd met het concurrentiebeding heeft gehandeld door per 1 april 2018 bij DIQQ in dienst te treden en heeft werknemer gesommeerd om zijn dienstverband met DIQQ te beëindigen en boetes ten bedrage van € 10.000 uiterlijk op 19 april 2018 aan SAM te voldoen. In eerste aanleg heeft werknemer onder meer gevorderd dat het tussen partijen bestaande concurrentiebeding per 1 april 2018 geheel dan wel gedeeltelijk wordt geschorst. De kantonrechter heeft het concurrentiebeding per 1 april 2018 geschorst, zodat het werknemer is toegestaan bij DIQQ in dienst te treden totdat in een bodemprocedure anders is beslist. SAM komt in hoger beroep.

Oordeel

De beoordeling van de vordering van werknemer betreft in de kern de vraag of werknemer in verhouding tot het belang van SAM bij handhaving van het concurrentiebeding onbillijk benadeeld wordt. Het hof beantwoordt die vraag voorshands bevestigend en overweegt daartoe onder meer als volgt. Omdat SAM ‘en de aan haar gelieerde ondernemingen, zowel op dit moment als in de toekomst’ in het concurrentiebeding als ‘Werkgever’ zijn gedefinieerd is de reikwijdte van het onderhavige concurrentiebeding verstrekkend. Het beding verbiedt werknemer immers ook in dienst te treden bij bedrijven die gelijksoortig of aanverwant zijn aan zusterondernemingen van SAM, waarvoor werknemer geen werkzaamheden heeft verricht, en die geen concurrent van SAM zijn. Het staat vast dat DIQQ geen concurrent van SAM is. Naar het oordeel van het hof heeft SAM onvoldoende toegelicht dat de kennis en informatie waarover werknemer beschikt betreffende SAM en de tot APG behorende ondernemingen, bedrijfsgevoelige informatie betreft die DIQQ een ongeoorloofde voorsprong verschaft in de concurrentiestrijd met Ardekay. Ten aanzien van de inhoud van die kennis en informatie heeft SAM zich voornamelijk beperkt tot het hanteren van algemene bewoordingen zonder daarbij te concretiseren wat die specifieke kennis inhoudt en waarom die kennis als bedrijfsgevoelige informatie heeft te gelden. Het hof acht het voldoende aannemelijk geworden dat werknemer niet beschikte over bedrijfsgevoelige informatie van SAM, Ardekay en de overige tot APG behorende ondernemingen die DIQQ een ongeoorloofde voorsprong zou kunnen opleveren in de concurrentiestrijd. Voor zover het belang van SAM vanwege de door haar gestelde overlap van de klanten van SAM en Ardekay gelegen is in het behoud van haar relaties en van de relaties van Ardekay, is het hof van oordeel dat dit belang voldoende wordt beschermd door het relatiebeding. Het hof acht voldoende aannemelijk dat werknemer door zijn indiensttreding bij DIQQ zijn positie heeft kunnen verbeteren. Afweging van de hiervoor besproken belangen van partijen voert ook het hof tot het voorlopige oordeel dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding voor zover dat beding hem verbiedt in dienst te treden bij DIQQ. Het hof onderschrijft daarom de beslissing van de kantonrechter.