Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Easyjet Airline Company Ltd
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 juli 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2823

werknemer/Easyjet Airline Company Ltd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen houdt stand door schending verbod op nevenwerkzaamheden door piloot tijdens periode waarin partijen in overleg waren over werkhervatting na periode van arbeidsongeschiktheid. Geen toekenning enige vergoeding.

Feiten

Werknemer is van 1 april 2013 tot 1 april 2014 via een agency werkzaam geweest bij Easyjet Airline Company Ltd (hierna: ‘Easyjet’). Vanaf 1 april 2014 is werknemer in dienst getreden bij Easyjet, laatstelijk in de functie van Senior First Officer. In de arbeidsovereenkomst is een verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen. Op 26 april 2018 is werknemer door Easyjet op staande voet ontslagen. Werknemer heeft in eerste aanleg verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen, Easyjet te veroordelen om de onjuiste informatie die zij heeft verstrekt aan CAA te rectificeren, zodat werknemer in staat wordt geacht zijn medische licentie te verkrijgen en binnen twee dagen na het verkrijgen van de licentie werknemer toe te laten tot de werkvloer om zijn werkzaamheden te verrichten. Easyjet voert verweer en stelt een voorwaardelijk tegenverzoek in om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd. EasyJet is niet veroordeeld tot rectificatie en het verzoek tot wedertewerkstelling is afgewezen, omdat met betrekking tot het tegenverzoek is geoordeeld dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding op de e-grond, zonder toekenning van enige vergoeding. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel

Het is op grond van de stellingen van Easyjet voldoende aannemelijk dat werknemer gedurende zijn dienstverband met Easyjet tevens een arbeidsovereenkomst heeft gehad met Small Planet Airlines en aldus in strijd heeft gehandeld met de nevenwerkzaamhedenbedingen. Door Easyjet is onweersproken gesteld dat Small Planet Airlines een concurrent van haar is. Gesteld noch gebleken is dat werknemer toestemming heeft gevraagd voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, terwijl de nevenwerkzaamhedenbedingen daarvoor wel ruimte bieden. Daarbij komt dat werknemer werkzaamheden heeft verricht voor Small Planet Airlines in een periode dat bij Easyjet zorgen bestonden over de vraag of hij zijn werkzaamheden als piloot op een veilige en verantwoorde wijze kon uitvoeren en Easyjet en werknemer trachtten afspraken te maken om tot werkhervatting te komen. Door aldus te handelen heeft werknemer het vertrouwen van Easyjet beschaamd en heeft hij verwijtbaar gehandeld, zodat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter op goede gronden met onmiddellijke ingang is ontbonden. Het handelen van werknemer kan tevens als ernstig verwijtbaar handelen worden gekwalificeerd. Werknemer heeft met zijn handelen welbewust het vertrouwen dat Easyjet in hem behoort te hebben ernstig beschadigd, tevens omdat hij daarbij ook nog heeft getracht dit handelen te verbloemen. Nu ernstige verwijtbaarheid bestaat aan de kant van werknemer ter zake van de beëindiging van de arbeidsrelatie van partijen, is Easyjet aan werknemer geen transitievergoeding verschuldigd. Werknemer heeft aanspraak gemaakt op een billijke vergoeding, omdat de afspraken die Easyjet met hem heeft willen maken over drugstesten in strijd waren met goed werkgeverschap en inbreuk maakten op zijn lichamelijke integriteit. Deze omstandigheden kunnen echter, zelfs als werknemer daarin gevolgd zou moeten worden, niet leiden tot de conclusie dat aan werknemer een billijke vergoeding toekomt. In dit geval is de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg van (al dan niet ernstig verwijtbaar) handelen van Easyjet in de zin van artikel 7:671b lid 8 sub c BW. De ontbinding is een gevolg van het handelen van werknemer in strijd met de nevenwerkzaamhedenbedingen. Het meer of anders door werknemer gevorderde wordt afgewezen. De bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.