Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 6 augustus 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2958
werkgever/werknemer
Feiten
Werknemer heeft in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter bepaalt dat werkgever (een vennootschap naar Belgisch recht) gehouden is 70% van € 4.000 per maand te voldoen aan werknemer ter zake van salaris, te verhogen met 50% wettelijke verhoging vanaf oktober 2018 tot het moment dat rechtsgeldig een einde komt aan de arbeidsovereenkomst tussen partijen, dat werkgever gehouden is de proceskosten van werknemer te vergoeden en dat werkgever gehouden is salarisspecificaties te verschaffen op straffe van verbeurte van dwangsommen. De kantonrechter heeft werkgever veroordeeld tot betaling aan werknemer van € 4.000 bruto aan loon per maand, vanaf oktober 2018, voor zover dit loon nog niet aan werknemer is betaald, betaling aan werknemer van € 1.000 aan voorschot op de wettelijke verhoging, verstrekking van salarisspecificaties op straffe van verbeurte van dwangsommen, betaling van de proceskosten en dat vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard met afwijzing van hetgeen meer of anders was gevorderd. Tegen dit oordeel keert werkgever zich in hoger beroep.
Oordeel
Werkgever keert zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat het aannemelijk is dat een rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de bepalingen in de Nederlandse wet, die betrekking hebben op arbeidsongeschiktheid voor zullen gaan op de bepalingen in het arbeidsreglement van werkgever, voor zover deze bepalingen ten opzichte van Nederlandse wetgeving in het nadeel van werknemer werken. In de arbeidsovereenkomst wordt ten aanzien van arbeidsongeschiktheid verwezen naar de procedure in het Belgisch arbeidsreglement. Daarin is bepaald dat in geval van arbeidsongeschiktheid de werknemer binnen twee werkdagen een doktersattest aan de personeelsdienst moet afgeven of opsturen. Partijen zijn overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is. Uit het bepaalde in de artikelen 7:660 en 7:629 lid 6 BW volgt dat werkgever het recht heeft om voorschriften te geven omtrent het verstrekken van inlichtingen die zij behoeft om het recht op loon vast te stellen. Op zichzelf stond het werkgever dus vrij om een voorschriften te stellen. Die voorschriften dienen wel ‘redelijke’ voorschriften te zijn. Het hof is voorshands van oordeel dat in dit geval het vereiste om een doktersattest te verstrekken, niet kan worden beschouwd als een ‘redelijk’ voorschrift. Werkgever was op grond van het overeengekomen Nederlands recht, meer specifiek de Arbeidsomstandighedenwet, verplicht een gecertificeerde arts in te schakelen teneinde de eventuele arbeidsongeschiktheid vast te laten stellen. Werkgever dient loonbetaling (met terugwerkende kracht) te hervatten. Voor zover werkgever ook nog bedoelt dat werknemer geen, of onvoldoende inspanning heeft verricht om een doktersattest te tonen, faalt ook die stelling. Immers, werknemer heeft veel moeite gedaan om werkgever te informeren. Werkgever betoogt verder dat werknemer een deskundigenoordeel van het UWV had moeten overleggen. Het hof volgt het standpunt van werkgever niet. De Hoge Raad heeft beslist (ECLI:NL:HR:2018:1673) dat de eis van het overleggen van een deskundigenoordeel in kort geding niet geldt. Werkgever had zelf een bedrijfsarts moeten inschakelen en omdat hij dat niet heeft gedaan, geeft het UWV geen deskundigenoordeel. Het overleggen van een deskundigenoordeel kon in de gegeven omstandigheden in redelijkheid niet van werknemer worden gevergd. De stelling van werkgever met betrekking tot het oordeel van de kantonrechter om werkgever te veroordelen tot betaling van het volledige loon, terwijl werknemer slechts 70% vorderde, slaagt wel. De kantonrechter heeft méér toegewezen dan gevorderd. Ook in hoger beroep beperkt werknemer zijn vordering tot 70% van het loon. Het hof zal daarom het bestreden vonnis op dit onderdeel vernietigen en 70% van het loon toewijzen. Het meer of anders door werkgever gevorderde zal worden afgewezen.