Rechtspraak
Feiten
Vattenfall is een energie- en warmtemaatschappij die deel uitmaakt van de multinationale Vattenfallgroep. Werknemer A, thans 61 jaar, is op 1 september 2006 bij (de rechtsvoorgangster van) Vattenfall in dienst getreden. Werknemer B, thans 41 jaar, is op 6 december 2010 bij (de rechtsvoorgangster van) Vattenfall in dienst getreden. Werknemer A en B zijn respectievelijk vanaf 1 november 2012 en 1 januari 2013 aangesteld als projectmanager en planning- en controlmedewerker op het PanHam-project binnen de business area Heat in Duitsland, een project voor de ontwikkeling en realisatie van een (gasgestookte) energiecentrale (warmtecentrale) ter vervanging van een kolencentrale. Werknemers ervoeren tegenwerking bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Werknemers hebben diverse klachten ingediend, waaronder bij de ombudsman van Vattenfall, over het overtreden van de gedragscode van het moederbedrijf door de directeur en het managementteam van de businessunit van Vattenfall Hamburg. Vervolgens vernamen werknemers op 29 maart 2016 van Vattenfall dat zij boventallig waren waarna zij zich bij de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders (hierna: het Huis) hebben gemeld met het verzoek een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop zij door Vattenfall bejegend zijn na hun melding van een vermoeden van een misstand. Op 18 februari 2020 heeft het Huis een rapport uitgebracht, waarin is geconcludeerd dat werknemers hun melding intern op correcte wijze hebben gedaan, dat werknemers zijn benadeeld door Vattenfall en dat deze benadeling het gevolg is geweest van de door hen gedane melding.
Werknemers vorderen een verklaring voor recht dat zij recht hebben op hun vaste salaris zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt alsmede schadevergoeding wegens gederfde inkomsten. Werknemers gronden hun vorderingen hoofdzakelijk op het benadelingsverbod.
Oordeel
Het Huis heeft in zijn rapport geconstateerd dat sprake was van het vermoeden van een misstand, te weten het overtreden van aanbestedingsregels en het ongeoorloofd bevoordelen van Siemens als aanbieder, en dat werknemers in procedureel en materieel opzicht correct hebben gehandeld bij hun melding van het vermoeden, dat op redelijke gronden was gebaseerd. Verder heeft het Huis een causaal verband geconstateerd tussen het indienen van de melding over de vermoedelijke misstand en de boventalligverklaring en het ontslagverzoek en geconcludeerd dat werknemers hierdoor zijn benadeeld. Vattenfall heeft de juistheid van hiervoor genoemde constateringen niet betwist en de kantonrechter maakt deze tot de hare. Dit betekent dat werknemers klokkenluiders zijn aan wie bescherming toekomt. Door de benadelingshandelingen heeft Vattenfall naar het oordeel van de kantonrechter niet aan haar verplichtingen als goed werkgever voldaan en tevens onrechtmatig jegens werknemers gehandeld. Zij is gehouden om de schade van werknemers te vergoeden, voor zover die schade het gevolg is van de genoemde benadelingshandelingen (causaal verband). Werknemers stellen dat hun schade onder meer bestaat uit gederfde inkomsten omdat zij salarisverhoging en promotiekansen hebben gemist. Vattenfall heeft dit gemotiveerd betwist. In geschil is hoe het carrièreverloop van werknemers zou zijn geweest indien zij niet boventallig zouden zijn verklaard en Vattenfall geen ontslagvergunning van het UWV zou hebben aangevraagd. Beide partijen hebben hun standpunt hierover uitgebreid toegelicht. Voor dit geschilpunt heeft de kantonrechter behoefte aan advies van een arbeidsdeskundige. De kantonrechter verwijst de zaak derhalve naar een nieuwe rolzitting waarin partijen zich kunnen uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht.