Naar boven ↑

Rechtspraak

Trex Workforce B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 augustus 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1915
Opdrachtgever van werkgever wordt veroordeeld om op grond van artikel 7:616a BW het loon van werknemer te betalen. Verplichting tot afgeven loonstroken (artikel 7:626 BW) geldt ook voor opdrachtgever van werkgever, wanneer deze aansprakelijk is voor loonbetaling.

Feiten

Werknemer heeft ingaande 6 december 2021 een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd (tot 20 december 2022), voor de functie van koerier. Werknemer heeft een arbeidsovereenkomst overgelegd waarin Trex Workforce B.V. (hierna: Trex) als werkgever wordt aangeduid. Werknemer heeft zich op 24 januari 2022 ziek gemeld. Na 16 februari 2022 heeft werknemer geen loon meer ontvangen. Werknemer heeft een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt tegen Trex alsmede tegen een ander bedrijf (hierna: X B.V.) en, kort gezegd, loonbetaling en verschaffing van loonstroken gevorderd. Trex en X B.V. hebben in die procedure verstek laten gaan. Bij verstekvonnis van 15 juni 2022 zijn Trex en X B.V. hoofdelijk veroordeeld tot (door)betaling van loon en het verschaffen van salarisspecificaties. Trex heeft tegen dit verstekvonnis verzet aangetekend en daarbij aangevoerd geen zakelijke relatie te hebben met werknemer, dat werknemer in dienst was bij X B.V. en dat uit de door werknemer overgelegde betaalbewijzen blijkt dat werknemer alleen door X B.V. was ingehuurd en ook door laatstgenoemde werd betaald. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis overwogen dat het niet relevant is of werknemer in dienst was van Trex of van X B.V., omdat ook wanneer werknemer in dienst was van X B.V., werknemer het door X B.V. niet betaalde loon op grond van artikel 7:616a e.v. BW kan vorderen van Trex als opdrachtgever van X B.V., nu gesteld noch gebleken is dat Trex niet kan worden verweten dat het loon aan werknemer niet is voldaan.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Trex heeft niet betwist opdrachtgever te zijn (geweest) van X B.V. Trex heeft ook niet gemotiveerd betwist dat aan werknemer niet diens volledige loon is betaald. Aldus is Trex op grond van artikel 7:616a BW in beginsel, hoofdelijk, aansprakelijk voor betaling van het loon aan werknemer, behoudens voor het geval (artikel 7:616a lid 2 BW) dat Trex aannemelijk maakt dat haar, gelet op de omstandigheden van het geval, niet kan worden verweten dat het loon niet is voldaan. In dat laatste verband voert Trex slechts aan dat zij X B.V. voor de diensten van werknemer heeft betaald. In de parlementaire geschiedenis van artikel 7:616a BW zijn aanwijzingen gegeven hoe invulling kan worden gegeven aan het begrip ‘niet kan worden verweten’. Daartoe is het mogelijk dat de opdrachtgever jegens de werkgever van de (onbetaalde) werknemer vooraf maatregelen neemt, zoals het werken met een gecertificeerde aannemer, dan wel achteraf, zoals het laten uitvoeren van controle op de betaling door de werkgever. Gesteld noch gebleken is dat Trex deze of andere voorzorgsmaatregelen heeft getroffen. Het hof is voorshands met werknemer van oordeel dat Trex onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat het verzuim van X B.V. om werknemer te betalen haar niet kan worden verweten. De enkele omstandigheid dat Trex aan X B.V. heeft betaald, is daartoe onvoldoende. Dit betekent dat de kantonrechter Trex op juiste gronden aansprakelijk heeft gehouden voor de (hoofdelijke) betaling van het achterstallige loon aan werknemer. De omvang van die achterstallige betaling is geen onderwerp van dit geschil. Voorts is Trex naar het oordeel van het hof gehouden loonstroken te verstrekken in verband met de door haar te verrichten loonbetalingen.

Het hof ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of de verplichting zoals neergelegd in artikel 7:626 BW (het verstrekken van loonstroken) ook gericht is op de opdrachtgever van de werkgever als bedoeld in artikel 7:616a BW. In artikel 7:626 BW wordt uitsluitend melding gemaakt van de ‘werkgever’ op wie deze verplichting rust. Bij invoering van de artikelen 7:616a e.v. BW is artikel 7:626 BW aangepast. Het doel van het verstrekken van een loonstrook is volgens de memorie van toelichting het informeren van de werknemer over diens loon, de samenstelling daarvan en de inhoudingen daarop.  Artikel 7:616b lid 1 BW houdt in dat, in geval van niet betalen door de werkgever, de opdrachtgever van die werkgever tegenover de werknemer aansprakelijk is voor deze loonbetaling. Bij gebreke van enige aanwijzing die op het tegendeel wijst, ligt het naar het voorlopig oordeel van het hof dan voor de hand dat de werknemer die van de opdrachtgever zijn loon verkrijgt, tegenover die opdrachtgever recht heeft op een specificatie van de betaling en de eventuele inhoudingen daarop.

Het vonnis waarvan beroep wordt bekrachtigd.