Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 18 april 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1688
werkneemster/'t Gouden Haantje
Feiten
Werkneemster is op 15 oktober 2013 in dienst getreden bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd van 12 maanden. De arbeidsovereenkomst is geëindigd per 15 oktober 2014. Werkneemster heeft een loonvordering ingesteld. Aan deze vordering heeft werkneemster het volgende ten grondslag gelegd. Zij was in dienst voor 20 uren per week en werkte op maandag tot en met vrijdag van 9:00 tot 13:00 uur. Zij kreeg slechts gedeeltelijk betaald. Volgens werkgeefster blijkt uit een door haar in het geding gebrachte schriftelijke arbeidsovereenkomst dat werkneemster werkzaam was voor minimaal 4 en maximaal 12 uren per week. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster, in het licht van de gemotiveerde en onderbouwde betwisting van werkgeefster, haar stelling onvoldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd. Aan bewijslevering is niet toegekomen en de vordering van werkneemster is afgewezen. Werkneemster grieft tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om nader bewijs te leveren van de afspraak dat zij 20 uur werk per week zou werken en het feit dat zij van maandag tot en met vrijdag 4 uur per dag heeft gewerkt.
Oordeel
Werkneemster heeft haar vordering tot betaling gegrond op de tussen partijen overeengekomen arbeidsovereenkomst. Gelet op het door werkgeefster gevoerde gemotiveerde verweer tegen de door werkneemster gestelde inhoud van de arbeidsovereenkomst én de omvang van het daadwerkelijk gewerkte aantal uren, zal zij – nu volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast hiervan op haar rust omdat zij zich op de rechtgevolgen daarvan beroept als grondslag voor haar vordering – tot bewijslevering worden toegelaten.