Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Saybolt Nederland B.V. 
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 december 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:10830 

werknemer/Saybolt Nederland B.V. 

Schorsing van een concurrentiebeding op termijn, nu de door werknemer opgebouwde relaties geacht worden na een bepaalde periode te zijn afgezwakt.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 maart 2012 tot 1 december 2017 in dienst van Saybolt Nederland B.V. (hierna: Saybolt) geweest, laatstelijk in de functie van accountmanager. Tussen partijen gold een geheimhoudings-, relatie- en concurrentiebeding. Tevens gold een verbod op het verrichten van nevenactiviteiten gedurende de loop der dienstbetrekking. Werknemer heeft een arbeidsovereenkomst gesloten met Amspec. De arbeidsovereenkomst gaat pas in per 1 december 2018. Werknemer wil graag al eerder in dienst treden van Amspec. Op 15 november 2017 heeft werknemer aan een aantal personen binnen Amspec een e-mail gestuurd. Bij de e-mail zat een Excel-bestand met namen van (potentiële) klanten en contactpersonen. Werknemer heeft in conventie gevorderd bij vonnis in kort geding dat het gehele concurrentiebeding met onmiddellijke ingang wordt geschorst totdat in de bodemprocedure is beslist dat het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk dient te worden vernietigd. Tevens vordert werknemer een verbod voor Saybolt tot het innen van de boetes voor de overtreding van het nevenwerkzaamheden- en/of concurrentiebeding. Saybolt heeft in reconventie gevorderd werknemer te veroordelen tot onverkorte nakoming van het concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding.

Oordeel

Duidelijk is dat werknemer in de functie van accountmanager relaties onderhield met voor Saybolt belangrijke klanten. Ook is duidelijk dat werknemer over informatie beschikt ten aanzien van prijsstellingen en dergelijke, welke informatie voor Amspec van belang kan zijn. De gegevens waarvan werknemer kennis heeft, is echter niet het enige dat in ogenschouw moet worden genomen. Ook de mate waarin werknemer relaties met klanten heeft opgebouwd speelt een rol. De combinatie van die twee factoren kan – juist voor een bedrijf als Amspec – van groot belang zijn. Zij is nieuw op de Europese markt en de connecties en gegevens waarover werknemer beschikt, zijn voor ervaren krachten in de markt weliswaar bijna vanzelfsprekend, maar dat geldt niet voor Amspec. Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat Saybolt een groot belang heeft bij het zich kunnen wapenen tegen grote spelers die kennis en kunde uit haar organisatie ‘wegkopen’. Werknemer heeft weliswaar onbetwist gesteld dat dit in de markt gebruikelijk is en dat de groep waar Saybolt onderdeel van is recent zelfs een accountmanager aan Amspec heeft ‘aangeboden’, maar dat betekent niet dat Saybolt niet de mogelijkheid moet hebben om al het juridisch mogelijke te doen om te voorkomen dat waardevolle medewerkers naar concurrenten vertrekken. Daar staat tegenover dat ten minste een deel van de kennis en kunde van werknemer al door Amspec verworven is, door andere ervaren krachten aan te trekken. Bovendien moeten de door werknemer opgebouwde relaties geacht worden na een bepaalde periode te zijn afgezwakt. Saybolt krijgt in die periode de mogelijkheid de banden met haar klanten aan te halen. Daarnaast heeft werknemer juist geen gelegenheid zijn relaties met de klanten op peil te houden, omdat hij – zo lang hij niet bij een concurrent in dienst is – geen diensten heeft om aan te bieden. Dat werknemer bij Saybolt onvoldoende doorgroeimogelijkheden had, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk. Werknemer heeft binnen Saybolt een haast onwaarschijnlijke carrière doorgemaakt. Aanknopingspunten om te denken dat aan die groei (redelijk abrupt) een einde zou zijn gekomen, zijn onvoldoende gesteld. Voor Saybolt had duidelijk moeten zijn – na twee interne sollicitaties – dat werknemer zijn heil mogelijk elders zou zoeken als hem niet de door hem beoogde promotie zou worden gegund. De kantonrechter is van oordeel dat een na opzegging gedaan aanbod niet relevant is voor beoordeling van de vraag of sprake is van een positieverbetering. Dat kan anders zijn als de werkgever kan aantonen dat het aanbod de werknemer al eerder in het vooruitzicht is gesteld. Dat is niet gebleken. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding per 1 mei 2018.