Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Connexxion Tours B.V. c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 2 maart 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:6853

werknemer/Connexxion Tours B.V. c.s.

Vordering van werknemer om de uitvoering van de transferlijst inzake de overgang van de concessie ten aanzien van hem te schorsen wordt afgewezen.

Feiten

Op 18 december 1984 is werknemer in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Connexxion c.s. Werknemer was vanaf 1 januari 2015 werkzaam bij Connexxion Tours. Tot 11 december 2016 had Connexxion OV de concessie voor het vervoer in de provincie X. Per die datum is de concessie in handen gekomen van Keolis (voorheen Syntus). Met de concessie gaan medewerkers van rechtswege over naar Syntus. Connexxion c.s. heeft werknemer onder meer bericht dat hij per 11 december 2016 van rechtswege overgaat en in dienst treedt van Syntus en dat per die datum de arbeidsovereenkomst met Connexxion eindigt. Syntus is echter van oordeel dat werknemer ten onrechte door Connexxion is aangewezen voor een overgang naar Syntus en dat hij niet bij haar in dienst treedt. Op 22 december 2016 berichten Syntus en Connexxion OV werknemer gezamenlijk onder meer dat het hun het beste lijkt om in rechte te laten vaststellen of werknemer wel of niet een medewerker is zoals genoemd in artikel 37 van de Wet personenvervoer 2000 (WPV). In november en december 2016 heeft tussen Connexxion c.s. en Syntus correspondentie plaatsgevonden met betrekking tot de indirecte medewerkers die op de personeelslijst zijn geplaatst. Partijen zijn het niet eens over de overgang van negen werknemers. Werknemer vordert in onderhavig kort geding onder meer de uitvoering van de transferlijst inzake de overgang van de concessie ten aanzien van werknemer te schorsen totdat (in een bodemprocedure) anders zal worden beslist, alsmede wedertewerkstelling en voldoening van het overeengekomen loon.

Oordeel

Vast staat dat werknemer laatstelijk werkzaam was in een unieke, niet uitwisselbare (management)functie en in die functie (in zeer beperkte mate) via de aansturing van twee van de honderd buschauffeurs die diensten reden voor de concessie werkzaam is geweest ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor de concessie was verleend. Aan de ondergrens van artikel 37, eerste lid, WPV 2000 is dus voldaan. Daarvoor is de omvang van die werkzaamheden immers niet van causaal belang. Vervolgens komt de vraag of Connexxion c.s. werknemer met toepassing van artikel 37, vierde lid, op de lijst mocht plaatsen. Daarvoor is bepalend of werknemer, ware er sprake van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, voor ontslag in aanmerking zou komen. Naar het oordeel van de kantonrechter zoekt Connexxion c.s. de grens van het in het kader van de WPV 2000 aanvaardbare op met de keuze voor de unieke functie van werknemer binnen haar touringcarbedrijf. Temeer daar Connexxion Tours geen duidelijk reorganisatieverhaal op tafel heeft gelegd dat en hoe de taken van werknemer zijn herverdeeld. Daar staat wel tegenover dat Connexxion Tours ter zitting heeft gezegd dat de taken van werknemer (goed) zijn herverdeeld, terwijl werknemer heeft verklaard dat collega’s hem vragen wanneer hij terugkomt (omdat het niet goed gaat). Werknemer heeft aangevoerd dat er sprake is van een onaanvaardbare ongelijkheid nu de heer A wel bij Connexxion mag blijven en hij niet. Dit argument slaagt niet. De keuze voor een van de unieke functies binnen Connexxion Tours brengt niet mee dat alle unieke managementfuncties binnen Connexxion c.s. gelijk behandeld moeten worden. Werknemer heeft aangevoerd dat hij zijn baan zal verliezen als hij door de concessieovergang in dienst van Syntus treedt, omdat Syntus te kennen heeft gegeven geen werk voor hem te hebben. Connexxion c.s. heeft dat betwist. Volgens Connexxion c.s. heeft Syntus ook de concessie te X gewonnen en gaat die per december 2017 over naar Syntus. In het kader van die gewonnen concessie is er naar de mening van Connexxion c.s. voor werknemer als manager voldoende werk bij Syntus. Alles afwegend komt de kantonrechter tot de slotsom dat de terughoudende toetsing die nodig is in verband met de beleidsvrijheid van de werkgever meebrengt dat niet kan worden geoordeeld dat de vordering van werknemer in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop gerechtvaardigd is.

  • Rechters: A.W.M. van Hoof
  • Advocaten: C.I.M. Molenaar en W.M. Hes
  • Wetsartikelen: 37 Wet personenvervoer 2000 en 38 Wet personenvervoer 2000
  • Onderwerpen: Overige
  • Trefwoorden: concessie, transferlijst, overgang, unieke functie, niet herleidbare indirecte werknemer, herleidbare directe werknemer en beleidsvrijheid