Naar boven ↑

Rechtspraak

Geerts Metaalwaren B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 25 april 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:3261

Geerts Metaalwaren B.V./werknemer

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst op e- en g-grond afgewezen. Werknemer was kort ervoor DGA van het bedrijf waarvan hij later werknemer werd. Werkgever had hem de kans moeten geven zich te verbeteren i.p.v. opnon-actiefstelling binnen een maand.

Feiten

Werknemer was in het verleden (indirect) DGA van Geerts Metaalwaren I. In verband met onder meer financiële problemen heeft Geerts Metaalwaren I de activa en onroerend goed in 2017 verkocht aan Bravilor, al tientallen jaren een afnemer van Geerts Metaalwaren I. Deze activa werden vervolgens op 28 augustus 2017 geleverd aan Geerts Metaalwaren, een door Bravilor opgerichte vennootschap. In het kader van deze overname is aan werknemer een arbeidsovereenkomst aangeboden. Hij trad per 1 september 2017 in dienst bij Geerts Metaalwaren. Bij indiensttreding is aan werknemer geen functieomschrijving verstrekt. Vóór de overname van Geerts Metaalwaren I was de firma Hoole jarenlang de afnemer van oud ijzer van Geerts Metaalwaren I. Na de overname is Geerts Metaalwaren overgestapt naar een andere afnemer. Op 28 september 2017 is werknemer door Geerts Metaalwaren op non-actief gesteld. Geerts Metaalwaren verzoekt onder meer ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e- en g-grond.

Oordeel

Geerts Metaalwaren voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in de handelwijze van werknemer. Hij heeft tegen de uitdrukkelijke instructie van Geerts Metaalwaren in, en derhalve onbevoegd, restafval metaalwaren verkocht aan de firma Hoole. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Geerts Metaalwaren in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op. De kantonrechter stelt bij de beoordeling van het geschil voorop dat werknemer jarenlang directeur/eigenaar is geweest van Geerts Metaalwaren I. In die hoedanigheid had hij alle bevoegdheden die bij die functie hoorden. De overgang van een dergelijke positie naar die van 'gewoon werknemer' is niet eenvoudig en vereist van beide partijen het nodige. Het had op de weg van Geerts Metaalwaren gelegen een duidelijke functieomschrijving aan werknemer te verstrekken, zeker nu zij kennelijk zoveel waarde hecht aan de gestelde overschrijding van bevoegdheden door werknemer. Voorts staat vast dat bij/voor de overname van de activa er op het terrein van Geerts Metaalwaren bakken stonden, gevuld met restafval metaalwaren, welke eigendom waren van de firma Hoole. Vast staat dat Hoole die bakken diende weg te halen. Het feit dat werknemer in de ogen van Geerts Metaalwaren fouten heeft gemaakt door niet onmiddellijk voor de formele documentatie te zorgen en onbevoegd te verkopen maakt nog niet dat aannemelijk is dat werknemer de bedoeling heeft gehad zaken te verdoezelen of te verduisteren. Het moge zo zijn dat werknemer niet alle formaliteiten op de juiste wijze heeft vervuld, doch zulks is kennelijk een gevolg van zijn jarenlange gewoonte als directeur/eigenaar van Geerts Metaalwaren I. De kantonrechter acht het handelen van werknemer niet zo ernstig dat dit moet worden aangemerkt als verwijtbaar handelen of nalaten. Dit geldt temeer nu het de bedoeling van partijen is geweest een langjarig arbeidscontract te sluiten en werknemer pas een paar weken in dienst was. Aan hem had de gelegenheid dienen te worden gegeven zich aan de voor hem nieuwe situatie aan te passen. Geerts Metaalwaren heeft ten onrechte niet aan werknemer de mogelijkheid geboden zijn gestelde slechte functioneren te verbeteren. Dit had ook in de rede gelegen gelet op de voorgeschiedenis en het feit dat een concrete taakomschrijving voor werknemer ontbrak. Nu hiervoor is geoordeeld dat geen sprake is van zodanig verwijtbaar gedrag dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, is er ook geen grond om de arbeidsverhouding te ontbinden wegens een verstoorde relatie. De kantonrechter is verder van oordeel dat er geen reden is om te oordelen dat herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is.