Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Mabeco IJmond B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 4 mei 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:3807

werknemer/Mabeco IJmond B.V.

Werkgever slaagt niet in bewijsopdracht. Geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Niet bewezen dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal of verduistering. Ook werknemer slaagt niet in bewijsopdracht. Niet bewezen dat sprake is van opvolgend werkgeverschap.

Feiten

Bij tussenbeschikking van 16 februari 2018 heeft de kantonrechter Mabeco toegelaten tot schriftelijke bewijslevering van haar stelling dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering. Bij tussenbeschikking van 16 februari 2018 heeft de kantonrechter werknemer toegelaten tot schriftelijke bewijslevering van zijn stelling dat sprake is van opvolgend werkgeverschap. Het gaat in deze zaak om de vraag of aan werknemer een billijke vergoeding moet worden toegekend. Daarnaast is aan de orde de vraag of Mabeco moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter is Mabeco niet geslaagd in het leveren van bewijs ten aanzien van haar stelling dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering. Tussen partijen is niet in geschil dat er een procedure te gelden heeft ten aanzien van het afvoeren van eigendommen van Tata Steel. Mabeco stelt zich op het standpunt dat werknemer afsluiters, zonder daartoe opdracht te hebben gehad, van het terrein van Tata Steel heeft weggenomen voor eigen gewin en dat hij later – nadat werknemer ermee bekend was geworden dat de afdeling Integrity & Asset Protection van Tata Steel bezig was met een onderzoek met betrekking tot de afsluiters – bonnen heeft gefabriceerd om dit te maskeren. Uit de rapportage en hetgeen ter zitting is verklaard is gebleken dat de bij Tata Steel te gelden afvoerprocedure niet altijd strikt wordt gehanteerd door medewerkers van Mabeco, dat Mabeco hiermee ook bekend is, en dat het gebruikelijk was dat werknemer, gelet op zijn functie, zonder daartoe voorafgaand een opdracht te hebben, eigendommen van het bedrijventerrein van Tata Steel naar de fabriekshal van Mabeco vervoerde, dan wel liet vervoeren, om aldaar werkzaamheden te laten uitvoeren ten behoeve van Mabeco. Hoewel vast is komen te staan dat werknemer de afsluiters van het bedrijventerrein van Tata Steel naar de fabriekshal van Mabeco heeft afgevoerd, dan wel heeft laten afvoeren, en dat daarbij de te gelden afvoerprocedure niet strikt is gevolgd , is niet vast komen te staan dat werknemer de afsluiters heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, zodat niet vaststaat dat sprake is van diefstal dan wel verduistering door werknemer. Vast staat verder dat Mabeco op het moment dat het ontslag op staande voet is verleend niet bekend was met de inhoud van de rapportage van de afdeling Integrity & Asset Protection van Tata Steel. Mabeco is uitgegaan van de juistheid van de mededeling van Tata Steel in de brief van 25 oktober 2017 dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering. De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg van Mabeco, als werkgeefster, had gelegen om eerst zelf te onderzoeken of hetgeen door Tata Steel aan haar werd medegedeeld op waarheden berustte, zeker gelet op het lange dienstverband van werknemer bij Mabeco en het feit dat altijd sprake is geweest van goed functioneren (hetgeen door Mabeco niet is weersproken). Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Dit leidt ertoe dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om de billijke vergoeding vast te stellen op een bedrag van € 45.500 bruto. Naar het oordeel van de kantonrechter is werknemer niet geslaagd in het leveren van bewijs ten aanzien van zijn stelling dat sprake is van opvolgend werkgeverschap. Niet kan worden vastgesteld dat werknemer sinds 1 mei 1978 in dienst was bij Mabeco. Het verzoek van werknemer om toekenning van de transitievergoeding ter hoogte van, primair, € 77.000 bruto zal dan ook worden afgewezen.