Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Pensioenfonds ABP
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2680

werknemer/Stichting Pensioenfonds ABP

Niet valt in te zien waarom pensioenfonds had moeten meedelen dat zij de pensioenknip had toegepast. ABP heeft concreet de bedragen genoemd die voor werknemer van toepassing waren (met toepassing van de pensioenknip) en gewaarschuwd voor pensioentekort.

Feiten

Werknemer is bij verschillende werkgevers werkzaam geweest. Gedurende alle dienstverbanden was werknemer deelnemer in de pensioenregeling van ABP. Werknemer heeft tot 1 november 2010 pensioen opgebouwd. De pensioenregeling betrof tot 1 januari 2004 een eindloonregeling en nadien een geïndexeerde middelloonregeling. Werknemer ontvangt sinds 1 november 2010 een ouderdomspensioen van ABP. Exclusief de AOW-uitkering (voor gehuwden) die werknemer ontvangt, bedroeg zijn ABP-pensioen in 2010 ruim € 41.000 bruto per jaar. Werknemer heeft bij ABP bezwaar gemaakt tegen de hoogte van dit ouderdomspensioen. Het bezwaar is ongegrond verklaard bij beslissing van ABP van 16 september 2011. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer gevorderd om ABP te veroordelen primair tot het alsnog toekennen van een ouderdomspensioen van € 57.841, dan wel subsidiair een schadevergoeding. Bij het bestreden vonnis zijn alle vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer komt in hoger beroep.

Oordeel

Kern van het geschil is de vraag of werknemer méér pensioen moet worden toegekend dan het pensioen waarop hij volgens het pensioenreglement recht heeft. Volgens werknemer had hij op grond van de aan hem verstrekte pensioenoverzichten de verwachting dat bij 40 pensioenjaren een redelijk pensioen zou worden opgebouwd, waaronder door ABP werd verstaan: 70% van het laatst verdiende salaris. Dat bleek niet het geval, omdat vanwege de onderbreking van zijn deelname aan de pensioenregeling bij ABP van 1 december 1978 tot en met 31 mei 1981 (toen hij eigen ondernemer was) een zogenoemde pensioenknip is toegepast. Volgens werknemer is hij zich niet bewust geweest van die pensioenknip, omdat dit nooit is vermeld op de pensioenoverzichten en ABP hem daar ook niet op enig ander moment op heeft gewezen. De kantonrechter is er (terecht) van uitgegaan dat de vermelde percentages telkens (veel) lager zijn dan 70%. Ook heeft de kantonrechter (onbestreden) geoordeeld dat de overzichten van 2002 en 2003 zelfs een veel lager percentage vermelden dan de 55% die werknemer sinds 2010 ontvangt. Verder acht het hof van belang dat werknemer niet heeft betwist dat de in de pensioenoverzichten weergegeven berekeningen juist zijn. Werknemer kon concreet zien welke bedragen naar verwachting en op basis van hetgeen hij had opgebouwd, op de pensioengerechtigde leeftijd aan hem konden worden uitgekeerd. De genoemde bedragen zijn veel lager dan het bedrag dat hij stelt te hebben mogen verwachten. In dit verband acht het hof van belang dat de pensioenoverzichten melding maken van een mogelijk pensioentekort, dat werknemer is gewezen op de mogelijkheid dit bij te verzekeren en dat werknemer naar aanleiding hiervan geen vragen heeft gesteld aan ABP of daarnaar onderzoek heeft gedaan. Nu in de pensioenoverzichten telkens (ook) concrete bedragen werden vermeld én ABP waarschuwde tegen een mogelijk pensioentekort, mocht werknemer niet uitsluitend afgaan op de algemene mededeling van ABP dat een redelijk pensioen 70% bedraagt van het laatstverdiende loon, dat daarvoor in elk geval 40 volle dienstjaren nodig zijn en de verwachting van werknemer dat hij 45 dienstjaren ging behalen. Het hof acht in dit verband van belang dat ABP heeft vermeld dat om dat te bereiken, ‘in elk geval’ 40 volle dienstjaren moeten worden gemaakt. Het hof is van oordeel dat, nu ABP concreet de bedragen heeft genoemd die voor werknemer van toepassing waren (met toepassing van de pensioenknip), niet valt in te zien waarom ABP hierover had moeten meedelen dat zij de pensioenknip had toegepast. ABP heeft gewaarschuwd tegen een pensioentekort. Het vonnis wordt bekrachtigd.