Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2652
werknemer/DataByte B.V.
Feiten
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst gesloten waarbij werknemer zich heeft verbonden om per 1 februari 2015 in dienst van DataByte tegen loon arbeid te verrichten. De door partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst bevat een concurrentiebeding met boete. Werknemer vorderde in eerste aanleg schorsing van het beding. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen.
Oordeel
Als onbestreden oordeel van de voorzieningenrechter strekt ook het hof tot uitgangspunt dat in deze zaak moet worden beoordeeld of werknemer door het beding, in verhouding tot het te beschermen belang van DataByte, onbillijk wordt benadeeld. Het hof concludeert dat enerzijds aannemelijk is geworden dat de dienstbetrekking op initiatief van werknemer ten einde is gekomen en dat DataByte niet geheel ten onrechte vreest voor benadeling doordat werknemer kennis draagt van bedrijfsgegevens en persoonlijk contact had met klanten, terwijl anderzijds de omvang van het door het beding bestreken gebied relatief beperkt is en de werkingsduur van het beding tot een jaar is beperkt alsmede dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat werknemer een reële positieverbetering bij Zorg ICT wacht, onvoldoende aannemelijk is dat werknemer door het beding ernstig nadeel ondervindt bij het vinden van een passende werkkring of dat sprake is van bijzondere de persoon van werknemer betreffende omstandigheden. Net als de voorzieningenrechter kan het hof voorshands niet oordelen dat werknemer, in verhouding tot het te beschermen belang van DataByte, door het beding onbillijk wordt benadeeld. Voorshands oordeelt het hof daarom de door werknemer gevorderde schorsing van het beding niet toewijsbaar. Dit geldt ook voor de door werknemer gevorderde betaling van € 2.423 bruto per maand over de periode van 1 januari tot 19 februari 2018, voor welke vordering bovendien nog geldt dat het de betaling van een geldsom betreft die in kort geding alleen toewijsbaar is als onder meer het bestaan en de omvang ervan voldoende aannemelijk zijn. Daarvan is in dit geding geen sprake omdat voorshands moet worden aangenomen dat DataByte werknemer terecht aan het beding heeft gehouden, zodat het voorshands niet voor rekening van DataByte komt dat werknemer vanaf 1 januari 2018 geen werkzaamheden bij Zorg ICT heeft verricht. Het hof concludeert dat de grieven falen en niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis.