Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 12 juni 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:5633
Schoonmaakbedrijf Victoria B.V./werkneemster
Feiten
Victoria exploiteert een schoonmaakbedrijf. Een van haar klanten is de Wageningen Universiteit (hierna: (de) WUR). Werkneemster is sinds 20 oktober 2000 werkzaam op verschillende locaties aan de Runderweg te Lelystad waar de WUR is gevestigd. Nadat Victoria het object via contractwisseling heeft verworven, is werkneemster op 1 maart 2015 bij Victoria in dienst getreden als schoonmaakmedewerker voor 20 uur per week. Werkneemster was werkzaam op twee verschillende locaties van de Waiboerhoeve (te weten Rundvee en Pluimvee) voor tweemaal tien uur. Nadat een van deze locaties, te weten de locatie Rundvee, door de WUR werd gesloten, is werkneemster voor dat deel van haar aanstelling overgeplaatst naar de locatie 'Bioscience'.
Oordeel
Werkneemster heeft in dienst van (de voorganger van) Victoria geruime tijd als schoonmaakster gewerkt op twee locaties van de WUR, Waiboerhoeve Rundvee en Waiboerhoeve Pluimvee. Contractueel werkte werkneemster op beide locaties tien uur. Omdat de WUR de locatie Rundvee heeft gesloten, is voor werkneemster voor dat deel van haar arbeidsovereenkomst gezocht naar werkzaamheden op een nieuwe locatie. De problemen tussen partijen zijn begonnen na voornoemde overplaatsing. Victoria stelt dat werkneemster op de locatie Bioscience niet voldeed: er worden op die locatie andere eisen aan de functie van schoonmaker gesteld dan op de locaties Waiboerhoeve Rund- en Pluimvee. Daarop heeft Victoria, die aan de wensen van haar opdrachtgever diende te voldoen, een nieuwe locatie voor werkneemster gezocht en is zij per 3 april 2017 overgeplaatst naar de locatie ASG aan de Edelhertweg 15 in Lelystad. Tussen partijen is discussie ontstaan over de (on)mogelijkheid voor werkneemster om deze locatie te bereiken. Daar zijn zij niet uit gekomen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het indienen van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door Victoria. Het hof overweegt dat het dossier geen stukken bevat waaruit blijkt dat werkneemster destijds op haar functioneren is aangesproken, anders dan een achteraf opgestelde verklaring. Dat neemt echter niet weg dat Victoria de bevoegdheid had om werkneemster over te plaatsen, nu werkneemster onvoldoende heeft betwist dat de opdrachtgever WUR daarom heeft verzocht. Vast staat dat de vervolgens aan werkneemster aangeboden locatie ASG valt binnen de geografische grenzen van de regio waarin zij op een object kan worden geplaatst. Het hof is van oordeel dat van werkneemster niet gevraagd kon worden om zich per fiets naar de locatie ASG te vervoeren, ook al zou het gaan om een driewieler met trapondersteuning. Niet gebleken is echter dat werkneemster zelf enige poging heeft ondernomen om te onderzoeken wat de mogelijkheden voor haar waren om met het openbaar vervoer op de locatie ASG te komen. Naar het oordeel van het hof is daarom de omstandigheid dat geen invulling kan worden gegeven aan (het resterende deel van) de arbeidsovereenkomst te wijten aan de houding van werkneemster en dient deze houding te worden gekwalificeerd als verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van artikel 7:699 lid 3 aanhef en onder e BW. Bovendien oordeelt het hof dat herplaatsing niet in de rede ligt. Werkneemster heeft nog bepleit om de arbeidsovereenkomst slechts gedeeltelijk te doen eindigen. Naar het oordeel van het hof is de arbeidsovereenkomst ondeelbaar, zodat dit verzoek wordt afgewezen. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het verzoek van Victoria ten onrechte heeft afgewezen. Het hof zal op de voet van artikel 7:683 lid 5 BW het einde van de arbeidsovereenkomst bepalen op 1 augustus 2018.