Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 25 april 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:2664
Team Industrial Services Netherlands B.V./A c.s.
Feiten
A is vanaf 1 juli 2010 tot 1 december 2016 in dienst geweest bij Team. B en C zijn vanaf 1 maart 2014 respectievelijk 1 mei 2014 tot 1 januari 2017 in dienst geweest bij Team. In de tussen partijen overeengekomen arbeidsovereenkomsten was een non-concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding (hierna: het beding) opgenomen. Team is een bedrijf dat werkzaam is op het gebied van engineering, constructie, uitvoering, onderhoud en projectmanagement. Sedert 1 januari 2017 exploiteren A c.s., via hun beheersvennootschappen, Progresso, waarvan zij indirect bestuurder en aandeelhouder zijn. In verband met het voornemen van A c.s. een eigen onderneming te starten, wat inbreuk zou opleveren op het beding, is door Team met A alsmede met C op 30 november 2016 een vaststellingsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten. Aan B is dezelfde overeenkomst ter ondertekening aangeboden. Team vordert primair een verklaring voor recht dat A c.s. ieder jegens Team toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de op hen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomsten en het daarbij behorende non-concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding rustende verplichtingen, en aldus wanprestaties jegens Team hebben gepleegd.
Oordeel
Gebondenheid vaststellingsovereenkomst
De kantonrechter verwerpt het verweer van B dat hij niet gebonden is aan de overeenkomst nu hij deze niet zelf heeft getekend. Tussen partijen staat vast dat Team met A c.s., die daarin werden bijgestaan door een advocaat, over de inhoud van de overeenkomst heeft onderhandeld. Voorts wordt niet betwist dat de betrokken advocaat bij e-mail van 30 november 2016 aan de advocaat van Team onvoorwaardelijk heeft bericht dat haar cliënten akkoord zijn met de overeenkomst mét bijlagen, in welke e-mail zij tevens verzocht te regelen dat Team de schriftelijke overeenkomst in tweevoud zou tekenen en aangetekend ter ondertekening aan ieder van haar cliënten zou toesturen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt uit de aanstelling van een advocaat dat deze bevoegd is zijn cliënt te vertegenwoordigen. Derden mogen in beginsel op die schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid afgaan. Nu door B niet is gesteld, noch is gebleken waarom dat te dezen anders zou zijn, stelt de kantonrechter vast dat B gehouden is aan hetgeen tussen partijen blijkens de overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen (waaronder het beding) is overeengekomen. De kantonrechter neemt hierbij mede in aanmerking dat ook een e-mail voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 lid 1 onder b BW.
Overtreding non-concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding
Vaststaat dat Progresso in opdracht van Valveco B.V., een opdrachtgever van Team, gedurende een zekere periode werkzaamheden heeft verricht bij Vopak, eveneens een opdrachtgever van Team. Valveco is een bedrijf dat zich neerzet als een toonaangevend bedrijf voor het leveren van appendages, flenzen, technische onderdelen en revisieservice voor scheepvaart en industrie. Uit bijlage 1 bij de overeenkomst blijkt dat wat de core business van beide ondernemingen betreft sprake is van kennelijk overlappende activiteiten. Nu de litigieuze werkzaamheden zijn verricht voor Valveco in het werkgebied van Team, zonder dat daarvoor toestemming van Team was verleend, is de kantonrechter van oordeel dat door A c.s. inbreuk is gemaakt op het beding. Gegeven is dat A c.s. ook tijdens hun dienstverband bij Team bij Sabic werkzaamheden verrichtten voor Team. Ook is in confesso dat Sabic na afloop van het dienstverband contact heeft gezocht met A c.s. dan wel Progresso met het verzoek haar zekere pluggen te leveren. Nu vaststaat dat het plaatsen van pluggen een ondernemingsactiviteit is van Team, waarbij Team ook, zoals door A c.s. tijdens de comparitie is erkend, van tijd tot tijd de pluggen inkocht om ze met een zekere opslag door te verkopen aan Sabic, hadden A c.s. op dit verzoek van Sabic niet mogen ingaan. Dat de deal uiteindelijk niet is doorgegaan, komt niet door A c.s., als wel door ingrijpen van de inkoopafdeling van Sabic. De kantonrechter concludeert dan ook dat contact bestond met Sabic, zijnde een relatie van Team, met het oogmerk aan Sabic zaken te leveren gelijk aan de zaken die Team levert, wat inbreuk maakt op het beding. Nu de overtredingen gezamenlijk door A c.s. zijn begaan en het de facto gaat om dezelfde feiten, oordeelt de kantonrechter termen aanwezig de totale door ieder te betalen boete te matigen tot € 15.000 per persoon. De door de werknemers in reconventie gevorderde nakoming van de winstdelingsregeling wordt toegewezen.