Rechtspraak
werknemer/werkgeefsterInternationaal overig, 29 juni 2018
werknemer/werkgeefster
Feiten
Werknemer, sinds 2010 in dienst, woont in België. Laatstelijk was hij werkzaam in de functie Executive Director Supply Chain. Werkgeefster heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsrelatie. Gebleken is dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling bij het in dienst nemen van zijn vriendin (zonder aan werkgeefster te melden dat zij een affectieve relatie hebben) en bij het vaststellen van haar arbeidsvoorwaarden, aldus werkgeefster. Werkgeefster stelt dat werknemer hiermee in strijd heeft gehandeld met diverse reglementen. Werknemer heeft verzocht om toekenning van een transitievergoeding van € 41.270 bruto en een billijke vergoeding van € 1.322.696. De kantonrechter Breda heeft zich onbevoegd verklaard, waarna werkgeefster bij de arbeidsrechtbank Antwerpen een ontbindingsverzoek heeft ingediend. De arbeidsrechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van verwijtbaar handelen en heeft het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding afgewezen. Werkgeefster is veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.
Oordeel
Ook het arbeidshof Antwerpen is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden wegens verwijtbaar handelen door werknemer bij het aanwerven van mevrouw X. Verwezen wordt naar het bestreden vonnis, waarin onder meer is geoordeeld dat werknemer heeft erkend dat hij niet adequaat heeft gehandeld. Het stilzwijgen van werknemer wekt alleszins de indruk dat hij de beslissing rondom het aanwerven en het salaris van mevrouw X heeft willen beïnvloeden. Van ernstig verwijtbaar handelen door werkgeefster is geen sprake, zodat het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen. Anders dan werknemer stelt, is niet aangetoond dat de LTI’s niet zijn uitbetaald omwille van de beweerd onrechtmatige op non-actiefstelling. Van zwartmaken bij een nieuwe werkgever is geen sprake. Het arbeidshof is van oordeel dat werknemer zich niet schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen, zodat werkgeefster wel de transitievergoeding verschuldigd is. Naar Belgisch procesrecht wordt werknemer veroordeeld in de ‘rechtsplegingsvergoeding’ (proceskosten) van bijna € 20.000.