Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 augustus 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:4045
werknemer/Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Feiten
Werknemer is in 2005 bij zijn werkgever in dienst getreden en is toen deelnemer geworden aan de pensioenregeling van PFZW. Die pensioenregeling ligt vast in het Pensioenreglement van PFZW (hierna: het Pensioenreglement). Ten tijde van zijn indiensttreding ontving werknemer een Wajong-uitkering. Werknemer heeft zich per 18 augustus 2016 ziek gemeld. Bij beslissing van 23 november 2016 heeft het UWV vanaf 2 december 2016 een WIA-uitkering (in de vorm van een vervroegde IVA-uitkering) toegekend aan werknemer. Vanaf zijn ziekmelding ontvangt werknemer een ZW-uitkering, door zijn werkgever aangevuld tot de in de cao vermelde percentages. UWV heeft werknemer schriftelijk meegedeeld dat zijn WIA-uitkering niet tot uitbetaling komt zolang hij een (hogere) ZW-uitkering ontvangt. Bij brief van 23 februari 2017 heeft PFZW werknemer meegedeeld dat hij recht heeft op premievrije pensioenopbouw bij PFZW. Deze premievrije voortzetting is met toepassing van artikel 5.4 lid 5 Pensioenreglement op 0% bepaald. PFZW heeft daarbij meegedeeld dat zij bij deze berekening rekening heeft gehouden met de ZW-uitkering van € 147,10 per dag die werknemer van UWV ontvangt. Werknemer vordert de kantonrechter voor recht te verklaren dat PFZW geen rekening mag houden met de ZW-uitkering bij het bepalen van de hoogte van de premievrije voortzetting en om PFZW te veroordelen tot het met ingang van 2 december 2016 toekennen van een premievrije voortzetting op basis van 80-100 procent, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom.
De ZW-uitkering is aan te merken als inkomsten uit arbeid
Anders dan werknemer stelt, ligt het naar het oordeel van de kantonrechter wel degelijk voor de hand dat PFZW bij de vraag wat onder inkomsten uit arbeid moet worden verstaan aansluiting zoekt bij het inkomensbegrip in het Inkomensbesluit socialezekerheidswetten (hierna: ‘Inkomensbesluit’). De mate van premievrije voortzetting wordt immers ook berekend aan de hand van hetgeen UWV bij de toepassing van de WIA heeft bepaald, en daarbij is het Inkomensbesluit rechtstreeks van toepassing. Bovendien is ook naar algemeen spraakgebruik een werknemersverzekering als de Ziektewet een verdienste uit arbeid. Dat het Pensioenreglement niet rechtstreeks naar het Inkomensbesluit verwijst, is daarbij van onvoldoende betekenis. Voorts is van belang dat de ZW-uitkering van werknemer niet de gehele loondoorbetalingsverplichting van zijn werkgever compenseert, omdat hij op grond van de cao gedurende de eerste 12 maanden recht heeft (gehad) op betaling van 100 procent van het loon, vervolgens gedurende 6 maanden op 85 procent van het loon, en de laatste 6 maanden op 70 procent van het loon. Indien werknemer op grond van het feit dat hij recht heeft op een WIA-uitkering zonder dat deze tot uitbetaling komt recht zou hebben op premievrijstelling, zou dat tot het onaannemelijke rechtsgevolg leiden dat geen premie verschuldigd is terwijl er toch (ook) loon wordt betaald. Werknemer voert verder aan dat hij recht heeft op een ZW-uitkering op grond van de vangnetregeling. Deze regeling is bedoeld om werkgevers te stimuleren arbeidsongeschikte werknemers in dienst te nemen. Als werkgevers weten dat zij bij werknemers aan wie tijdens het dienstverband een vervroegde IVA-uitkering wordt toegekend, gedurende 2 jaar de volledige pensioenpremie moeten doorbetalen, dan is dat voor werkgevers een kostbaar risico. Dit zal een nadelig effect hebben op de bereidwilligheid van werkgevers om dergelijke werknemers in dienst te nemen. Dat kan niet de bedoeling van het Pensioenreglement zijn. Dit argument gaat niet op. Uit het door partijen overgelegde gedeelte van het Pensioenreglement is niet naar objectieve maatstaven kenbaar dat het (mede) de bedoeling van het Pensioenreglement is werkgevers te stimuleren arbeidsongeschikte werknemers in dienst te nemen of om geen afbreuk te doen aan de bedoeling van de wetgever werkgevers te stimuleren arbeidsongeschikte werknemers in dienst te nemen. Het verweer van PFZW treft dus doel en de vorderingen van werknemer moeten worden afgewezen.