Rechtspraak
FNV/Sandd B.V.
Feiten
Sandd c.s. is actief in de post- en pakketbezorging in Nederland. Sandd c.s. heeft met een groot deel van haar werknemers arbeidsovereenkomsten gesloten. Op deze arbeidsovereenkomsten wordt de cao ‘Postverspreiders 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016’ toegepast. Partij bij deze cao zijn Sandd Postverspreiders aan werkgeverszijde en de Landelijke Belangen Vereniging aan werknemerszijde. FNV is partij aan werknemerszijde bij de cao ‘Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen’ (hierna: de cao). Sandd c.s. is geen lid van een partij bij deze cao. De cao is van 12 februari 2015 tot 31 december 2016 en van 17 augustus 2017 tot 17 augustus 2019 algemeen verbindend verklaard. FNV vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren voor recht dat op de arbeidsovereenkomsten van Sandd en haar werknemers van toepassing is de algemeen verbindend verklaarde cao en zal verklaren voor recht dat op de arbeidsovereenkomsten van Sandd Postverspreiders en haar werknemers van toepassing is de algemeen verbindend verklaarde cao.
Oordeel
Tussen partijen is in geschil of Sandd c.s. onder de werkingssfeerbepaling van de cao valt. Zowel Sandd als Sandd Postverspreiders is aan te merken als werkgever die tegen vergoeding vervoer verricht anders dan van personen (namelijk poststukken en/of postpakketten) over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen. Dat het bezorgen van post iets anders is dan het vervoeren van post(pakketten) kan aan Sandd c.s. worden toegegeven, maar aan het bezorgen van post is echter onlosmakelijk verbonden dat het moet worden vervoerd. Bovendien gaat het bij het bezorgen van post om goederen van anderen die moeten worden bezorgd en niet om eigen producten van Sandd c.s. Dat in het normale spraakgebruik of in de perceptie van mensen beroepsgoederenvervoer niet ziet op ongemotoriseerde bezorging van post kan als juist worden aangenomen, maar de term ‘beroepsgoederenvervoer’ komt niet voor in de werkingssfeerbepaling als zodanig, maar slechts in de uitzonderingsbepaling in artikel 2 lid 2 sub b. In het licht van de gehele tekst van artikel 2 moet de term ‘beroepsgoederenvervoer’ dus worden begrepen zoals omschreven in het eerste lid van artikel 2. Dat brengt mee dat beroepsgoederenvervoer moet worden begrepen als 'vergunningsplichting vervoer krachtens de Wet wegvervoer goederen' en/of 'het tegen vergoeding verrichten van vervoer anders dan van personen over (…) wegen'. Aan Sandd c.s. kan worden toegegeven dat nergens in de cao de functie van postbezorger of postverspreider wordt genoemd, maar zoals door FNV onbetwist is aangevoerd, spreekt de cao over geen enkele functie, maar enkel over ‘werknemer’. Bovendien heeft FNV daarover onweersproken aangevoerd dat – anders dan aan de functie van chauffeur – aan de functie van postbezorger geen specifieke eisen worden gesteld, zodat daarvoor geen speciale voorzieningen hoeven te worden getroffen in een cao. Sandd c.s. heeft ten slotte nog gewezen op de (on)aannemelijkheid van de rechtsgevolgen bij toepassing van de cao. Het gevolg hiervan is dat ook de cao SOOB moet worden toegepast omdat deze cao dezelfde werkingssfeerbepaling kent. Anders dan Sandd c.s. heeft betoogd, voorziet deze cao niet alleen in opleidingen voor chauffeurs, maar ook voor andere werknemers onder andere met betrekking tot veiligheid, zodat dit argument van Sandd c.s. niet opgaat. Sandd c.s. heeft voorts een beroep gedaan op de uitzonderingsbepaling van artikel 2 lid 2 sub a van de cao. Zij heeft aangevoerd dat zij een eigen cao/arbeidsvoorwaardenregeling heeft die gelijkwaardig is aan de cao beroepsgoederenvervoer én dat de hoofdactiviteit van de onderneming een andere is dan beroepsgoederenvervoer over de weg. Sandd c.s. heeft onbetwist aangevoerd dat zij als één onderneming moet worden aangemerkt. Binnen deze onderneming is sprake van verschillende juridische eenheden. Sandd en Sandd Postverspreiders zijn immers aparte rechtspersonen en daarmee een afzonderlijke juridische eenheid. Uit de laatste alinea van artikel 2 lid 2 sub b van de cao volgt dat in dat geval zal moeten worden beoordeeld of bij de juridische eenheid waarvoor een vergunning is aangevraagd of toegekend, in de regel minder dan 20 procent van de omzet wordt behaald uit beroepsgoederenvervoer over de weg en/of logistieke dienstverlening zoals omschreven in artikel 3 lid 6 van de cao. Gelet op de definitie van het begrip ‘logistieke dienstverlening’ in combinatie met hetgeen door Sandd c.s. is gesteld over de bij haar verrichte werkzaamheden, valt zonder nadere toelichting (die ontbreekt), niet in te zien dat Sandd minder dan 20 procent van haar omzet behaalt uit beroepsgoederenvervoer en logistieke dienstverlening. Hieruit volgt dat Sandd op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zodat niet vast kan worden gesteld dat de hoofdactiviteit van Sandd c.s. een andere is dan beroepsgoederenvervoer over de weg en/of logistieke dienstverlening. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Sandd c.s. onder de werkingssfeer van de cao valt en de gevorderde verklaringen voor recht zullen worden toegewezen. FNV heeft vervolgens gevorderd Sandd c.s. te veroordelen tot naleving (deels met terugwerkende kracht) van de cao – kort gezegd – over de periodes dat de cao algemeen verbindend was verklaard, onder overlegging van deugdelijke salarisspecificaties en betalingsbewijzen binnen vier weken na betekening van het vonnis. De kantonrechter zal Sandd c.s. veroordelen de salarisspecificaties en betalingsbewijzen af te geven binnen zes maanden na betekening van het vonnis.