Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 25 januari 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:441
werknemer/Cimsolutions B.V.
Feiten
Werknemer is sinds 2014 voor onbepaalde tijd in dienst bij Cimsolutions in de functie van Projectmanager c.q. Consultant. Cimsolutions richt zich op de detachering van hoger opgeleid ICT-personeel. In de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Cimsolutions is een concurrentiebeding opgenomen. In oktober 2018 heeft werknemer kenbaar gemaakt bij Capgemini in dienst te willen treden. De directeur van Cimsolutions heeft in reactie daarop gewezen op het concurrentiebeding. Vervolgens is de arbeidsovereenkomst alsnog door werknemer opgezegd tegen eind oktober 2018. Voorafgaand aan de opzegging hebben partijen nog een keer gesproken over het concurrentiebeding. Cimsolutions heeft na de opzegging van de arbeidsovereenkomst volhard in het standpunt dat het concurrentiebeding strikt wordt gehandhaafd. Werknemer was voornemens per 1 januari 2019 in dienst te treden bij Capgemini, maar heeft de indiensttreding uitgesteld vanwege de opstelling van Cimsolutions met betrekking tot het concurrentiebeding. Werknemer vordert in kort geding schorsing van het concurrentiebeding.
Oordeel
Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor 1 januari 2015 tot stand is gekomen, zullen de vorderingen van werknemer ten aanzien van het concurrentiebeding worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:653 BW zoals dat tot 1 juli 2015 luidde. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter kunnen Cimsolutions en Capgemini worden beschouwd als concurrenten en dat geldt ook met betrekking tot de door werknemer uit te oefenen werkzaamheden. Vast staat dat beide bedrijven zich richten op dienstverlening in de ICT en dat meerdere klanten dezelfde zijn. Indiensttreding van werknemer bij Capgemini levert in beginsel dan ook overtreding van het concurrentiebeding op. Verder dient te worden beoordeeld of de bodemrechter het concurrentiebeding op grond van artikel 7:653 lid 2 BW (oud) geheel of gedeeltelijk zou vernietigen op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Het belang dat Cimsolutions bij het concurrentiebeding stelt te hebben is bescherming van haar bedrijfsdebiet. De werknemers zijn de vitale organen c.q. het bedrijfskapitaal van het bedrijf en in deze werknemers wordt continu geïnvesteerd. Het concurrentiebeding voorkomt dat de concurrent hiervan profiteert. Hiertegenover staat het belang van werknemer om in dienst te treden bij Capgemini. Werknemer stelt dat de indiensttreding bij Capgemini gepaard gaat met een inhoudelijke en financiële positieverbetering. Ook heeft Cimsolutions slechts beperkt bijgedragen aan de expertise van werknemer. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zijn de belangen van Cimsolutions bij handhaving van het concurrentiebeding aanmerkelijk te noemen. Vast staat dat werknemer binnen Cimsolutions specialist was op het gebied van cybersecurity. Gelet op de trekkersrol op dit vakgebied is aannemelijk dat werknemer daarvan meer commerciële en strategische kennis van Cimsolutions had dan de gemiddelde werknemer. Werknemer heeft zelf zijn arbeidsovereenkomst opgezegd om vervolgens in dienst te kunnen treden bij Capgemini. Capgemini zal profiteren van de recent opgebouwde kennis van werknemer en werknemer zal daar een leidinggevende positie vervullen. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegend is de kantonrechter voorshands van oordeel dat werknemer niet onbillijk door Cimsolutions wordt benadeeld door hem op grond van het concurrentiebeding te beletten voor Capgemini te werken. De vordering wordt derhalve afgewezen.