Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bridges2000 B.V.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 5 februari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:413

werknemer/Bridges2000 B.V.

Voorlopige voorziening. Loonvordering slaagt niet, nu ten minste één getuige heeft verklaard dat de ontslagbrief werknemer heeft bereikt.

Feiten

Op 1 november 2016 is werknemer bij Bridges2000 B.V. (hierna: Bridges2000) in dienst getreden als Sales Manager. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, zijnde zes maanden. Op 1 mei 2017 heeft werknemer zijn werkzaamheden bij Bridges2000 voortgezet. op 7 februari 2018 heeft werknemer zich ziek gemeld bij Bridges2000. Daarna heeft werknemer geen salaris meer ontvangen. Werknemer heeft in eerste aanleg bij wege van voorlopige voorziening primair onder meer gevorderd Bridges2000 te veroordelen tot betaling van het salaris van € 2.500 bruto per maand vanaf februari 2018 tot en met augustus 2018, Bridges2000 te veroordelen tot betaling van de vakantietoeslag ten bedrage van € 2.400 bruto en Bridges2000 te veroordelen tot tijdige betaling van het salaris ten bedrage van € 2.500 bruto per maand vanaf september 2018 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal komen. In het vonnis van 16 oktober 2018 heeft de kantonrechter de vorderingen van werknemer afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter overwogen dat voorshands voldoende aannemelijk was geworden dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst werknemer op 6 februari 2018 moet hebben bereikt, zodat ook voorshands wordt aangenomen dat werknemer met ingang van die datum op staande voet ontslag is verleend. In dat geval kan volgens de kantonrechter niet worden geoordeeld dat de loonvordering van werknemer in een te voeren bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel

Het hof komt bij beoordeling van de beschikbare gedingstukken tot hetzelfde oordeel als de kanontrechter. Naar de huidige stand van zaken laat zich immers vaststellen dat ten minste één getuige kan verklaren dat de ontslagbrief bij werknemer is bezorgd. De onderhavige procedure biedt geen ruimte voor een uitvoerig onderzoek naar de feiten. Ook het hof is voorshands van oordeel dat bij de huidige stand van zaken de kans van slagen van een loonvordering in een daartoe te voeren bodemprocedure niet dermate groot kan worden ingeschat dat het – met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen, waaronder enerzijds het belang om in het levensonderhoud te kunnen voorzien en anderzijds het restitutierisico bij toewijzing van het gevorderde – gerechtvaardigd is om op een toewijzing van die loonvordering vooruit te lopen. Het vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd.