Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Warmande
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 6 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4577

werkneemster/Stichting Warmande

Activa/passivatransactie is geen reden voor schorsing op grond van artikel 225 Rv. De arbeidsverhouding met werkneemster is niet geëindigd omdat op grond artikel 7:663 BW Warmande hoofdelijk verbonden is voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst.

Feiten

Werkneemster is op 6 december 1988 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Albron. Op 30 september 2006 heeft Albron met de rechtsvoorganger van Stichting Warmande (hierna: Warmande) een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten met betrekking tot de exploitatie van een winkel en restaurant, het Paviljoen genaamd. Sedert 1 december 2006 was werkneemster voor Albron als locatiemanager werkzaam in het Paviljoen. Bij brief van 13 december 2012 deelde Albron aan werkneemster mee dat Warmande de cateringactiviteiten in eigen beheer neemt, dat Albron om die reden de arbeidsovereenkomst met werkneemster beëindigt met ingang van 31 december 2012, dat sprake is van overgang van onderneming en dat werkneemster met behoud van arbeidsvoorwaarden van rechtswege in dienst treedt bij Warmande. Warmande heeft werkneemster de functie van medewerker Paviljoen aangeboden. Daarnaast is, in verband met de inkomensteruggang, een afbouwregeling aangeboden. Werkneemster heeft hier niet mee ingestemd. In eerste aanleg heeft de kantonrechter geoordeeld dat geen sprake is van een overgang van onderneming. Bij tussenarrest heeft het hof kort gezegd overwogen dat sprake is van overgang van onderneming en dat de rechten en verplichtingen van de vorige werkgever van werkneemster met ingang van 1 januari 2013 zijn overgegaan op Warmande. De incidentele vordering van Warmande strekt tot het inroepen van schorsing van het onderhavige geding op de voet van artikel 225 lid 2 eerste zin Rv. Warmande stelt daartoe dat haar onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW op basis van een zogeheten activa/passivatransactie is overgegaan naar de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZorgSaam B.V. (hierna: ZorgSaam). Gelet daarop is volgens haar reden voor schorsing van het onderhavige geding op de voet van artikel 225 lid 1 aanhef en sub c Rv, omdat sprake is van het ophouden van de betrekkingen waarin Warmande het geding voerde (de hoedanigheid van werkgever van werkneemster) aangezien als gevolg van die transactie de arbeidsverhouding tussen Warmande en werkneemster met ingang van 1 juli 2018 is geëindigd.

Oordeel

Het hof wijst de vordering van Warmande af. Werkneemster heeft niet betwist dat als gevolg van de activa/passivatransactie in de zin van artikel 7:662 e.v. BW de onderneming van Warmande waar werkneemster werkzaam is, per 1 juli 2018 is overgegaan naar ZorgSaam. Dit betekent echter niet dat Warmande hierdoor in deze procedure geen formele procespartij meer is, alleen al omdat Warmande op grond van het bepaalde in artikel 7:663 BW nog gedurende één jaar naast de verkrijger ZorgSaam hoofdelijk verbonden is voor de nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, die zijn ontstaan vóór dat tijdstip. Verder volgt uit de enkele activa/passivatransactie van Warmande aan ZorgSaam nog niet dat werkneemster Warmande niet meer zou kunnen aanspreken voor de vorderingen van werkneemster uit de jaren vóór 1 juli 2018.