Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/Draad Nijmegen B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 26 maart 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:2624

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/Draad Nijmegen B.V.

Een collectieve actie leent zich niet voor de vaststelling dat Smit Draad aansprakelijk is voor de schade die voor elk van de werknemers door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is ontstaan, nu daarvoor de bijzondere omstandigheden aan de zijde van de individuele gelaedeerde relevant zijn. Ook de vorderingen tot het treffen van veiligheidsmaatregelen worden afgewezen.

Feiten

FNV heeft een onderzoek geïnitieerd naar de blootstelling van werknemers van Smit Draad aan organische oplosmiddelen. De conclusie was kort gezegd dat door toepassing van de additieregel de grenswaarde van 100 procent ruimschoots werd overschreden en er beschermende maatregelen moesten worden getroffen. Smit Draad heeft verschillende individuele aansprakelijkstellingen van werknemers ontvangen omdat zij gezondheidsklachten ervaren en deze toeschrijven aan werkomstandigheden binnen Smit Draad. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat bijna alle werknemers werkgerelateerde gezondheidsproblemen hebben. Partijen hebben meerdere gesprekken gevoerd en Smit Draad heeft een plan van aanpak opgesteld met verbeterpunten. Tevens heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: Inspectie) vastgesteld dat Smit Draad een aantal artikelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit overtreedt, waarvoor waarschuwingen werden gegeven en op een later moment ook een last onder dwangsom werd opgelegd. Omdat Smit Draad binnen de begunstigingstermijn aan de last heeft voldaan, verbeurt zij geen dwangsommen. Smit Draad heeft in de periode van november 2015 tot en met mei 2016 blootstellingsonderzoeken uitgevoerd op diverse afdelingen, waarbij in de uitkomsten telkens aanbevelingen werden gedaan om blootstelling aan dampen en/of stoffen verder te beheersen en om de situatie te optimaliseren. FNV heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld en – zowel in hoofdzaak als in het incident – gevorderd dat zij een aantal veiligheidsmaatregelen moet treffen. De kantonrechter heeft de vorderingen in het incident afgewezen en zich in de hoofdzaak niet-ontvankelijk verklaard. Voorts heeft de kantonrechter Smit Draad veroordeeld om een persoonlijk gelaatsmasker voor de laktoren ter beschikking te stellen. FNV komt op tegen de vonnissen.

Oordeel

Verklaring voor recht

Het hof acht het in beginsel niet ondenkbaar dat ten behoeve van één of meer (bewijs)stappen in een artikel 7:658 BW-procedure een collectieve actie wordt geëntameerd, bestaande uit een verklaring voor recht ter vaststelling van bepaalde arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de werknemers en/of de schending van een zorgplicht door de werkgever. Een dergelijke collectieve actie kan in een concrete situatie voordelen bieden boven het procederen in individuele gevallen, omdat dan niet telkens die(zelfde) arbeidsomstandigheden behoeven te worden vastgesteld. Voor zo’n collectieve actie is dan wel nodig dat een dergelijke verklaring voor recht voldoende concreet en bepaald is. FNV heeft echter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van in het kader van een collectieve actie vereiste gelijksoortige belangen van alle daarbij betrokken werknemers. De gevorderde verklaring voor recht is te algemeen, dat wil zeggen onvoldoende concreet en bepaald geformuleerd. FNV had moeten toelichten welke arbeidsomstandigheden op welke wijze voor welke groep werknemers schadelijk voor de gezondheid zijn. Een collectieve actie leent zich niet voor de vaststelling dat Smit Draad aansprakelijk is voor de schade die voor elk van de werknemers door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is ontstaan, nu daarvoor de bijzondere omstandigheden aan de zijde van de individuele gelaedeerde relevant zijn.

Veiligheidsmaatregelen

De grief van FNV, gericht op het oordeel van de kantonrechter dat het deel van haar vordering met betrekking tot het aanbrengen van puntafzuiging bij de lakbakken onder de afstrijkers in iedere productielijn te onduidelijk is geformuleerd en eerst ter comparitie tot klaarheid is gekomen, faalt. FNV heeft haar eis gewijzigd en heeft derhalve geen belang meer bij haar grief. FNV komt daarnaast op tegen het oordeel van de kantonrechter dat de vordering met betrekking tot het aanbrengen van puntafzuiging ook op inhoudelijke gronden niet voor toewijzing in aanmerking komt omdat niet is gebleken dat de gebruikte lakstoffen kankerverwekkend zijn en dat FNV onvoldoende heeft onderbouwd dat de stoffen dermate gevaarlijk zijn dat puntafzuiging noodzakelijk is. Nu FNV niet is opgekomen tegen een specifieke overweging in het vonnis, wordt als vaststaand aangenomen dat SLT en Kleeflak niet kankerverwekkend zijn en FNV niet (voldoende duidelijk) heeft onderbouwd waarom puntafzuiging noodzakelijk is. De vordering van FNV met betrekking tot de ventilatie in de laktoren is naar het oordeel van het hof te algemeen geformuleerd om tot toewijzing te kunnen leiden. De vorderingen van FNV worden afgewezen.