Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Draad Nijmegen B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 29 juli 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:4141

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Draad Nijmegen B.V.

FNV niet-ontvankelijk in vordering inhoudende een verklaring voor recht dat Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn geweest en dat zij (daarom) aansprakelijk is voor de daarmee samenhangende schade. Geen ‘gelijksoortige belangen’. Veiligheidsmaatregelen.

Vervolg tussenvonnis. FNV vordert een verklaring voor recht dat Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn geweest voor haar werknemers en dat zij (daarom) aansprakelijk is voor de daarmee samenhangende schade. Deze vordering is gegrond op artikel 3:305a BW (collectieve actie). Smit Draad voert – ook in de hoofdzaak – primair aan dat FNV niet-ontvankelijk is in deze vordering omdat de belangen van de verschillende werknemers op de verschillende afdelingen van Smit Draad te divers zijn om gebundeld te worden. FNV vordert verder dat Smit Draad een aantal veiligheidsmaatregelen zal treffen. Deze vorderingen zijn tevens gebaseerd op artikel 3:305a BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De gevorderde verklaring voor recht strekt ertoe vast te stellen dat de arbeidsomstandigheden bij Smit Draad schadelijk kunnen zijn geweest voor de werknemers van Smit Draad. De gedachte bij FNV is, zo begrijpt de kantonrechter, dat dat voor alle werknemers in deze procedure wordt vastgesteld. In individuele procedures van werknemers van Smit Draad zal de thans gevorderde verklaring voor recht echter (nagenoeg) geen betekenis hebben voor werknemers die Smit Draad aansprakelijk wensen te stellen voor door hen geleden (gezondheids)schade. Op stap 1 (dat de werkgever de werknemer heeft blootgesteld aan een risico op bepaalde schade ) bij de beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag ziet ex 7:658 BW, zo begrijpt de kantonrechter, de door FNV gevorderde verklaring voor recht. Die verklaring is echter te algemeen geformuleerd. Nog daargelaten dat deze niet in tijd is beperkt terwijl in de loop van de tijd met verschillende stoffen is gewerkt door Smit Draad, geldt dat de ‘gevaarlijke omstandigheden’ niet nader zijn uitgewerkt. Bij een individuele aansprakelijkstelling zal de gevorderde verklaring voor recht de werknemer, in het licht van het voorgaande, niet verder helpen. De individuele (ex-)werknemer van Smit Draad zal immers nog steeds specifiek moeten bewijzen met welke gevaarlijke stoffen en/of onder welke gevaarlijke omstandigheden hij heeft gewerkt om daarna een verband tussen die specifieke omstandigheden en zijn (specifieke) gezondheidsklachten te kunnen aantonen als hiervoor beschreven. De conclusie is dat de gevorderde verklaring voor recht niet strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen en daarom niet voldoet aan de eisen die artikel 3:305a BW stelt voor het kunnen instellen van een collectieve actie. Dit betekent dat FNV niet-ontvankelijk moet worden verklaard in deze vordering.

Ten aanzien van de gevorderde veiligheidsmaatregelen wordt als volgt geoordeeld. Het ontvankelijkheidsverweer van Smit Draad ziet, zo begrijpt de kantonrechter, niet op deze vorderingen. Voor zover dat wel het geval is, wordt verwezen naar hetgeen daarover is overwogen in het tussenvonnis van 25 maart 2016. Daarin is geoordeeld dat FNV ontvankelijk is in deze vorderingen. De kantonrechter blijft daarbij. Anders dan bij de gevorderde verklaring voor recht, is immers duidelijk dat (subgroepen) van werknemers van Smit Draad een collectief belang bij deze gevorderde maatregelen (kunnen) hebben en dat zij bij toewijzing (toewijsbaarheid) van die vorderingen niet ieder een daartoe strekkende procedure tegen Smit Draad aanhangig hoeven maken. Een van de gevorderde maatregelen ziet op puntafzuiging bij bakken met gevaarlijke stoffen. Hiermee bedoelt FNV, zo is ter comparitie duidelijk geworden, het aanbrengen van puntafzuiging bij de afstrijkers (in de lakhal). Smit Draad heeft deze vordering in haar conclusie van antwoord echter opgevat als puntafzuiging bij de bakken met K13 of NMP (middelen die de gebruikte lakken oplossen) zoals blijkt uit randnummer 6.25 van haar conclusie van antwoord. De kantonrechter is van oordeel dat zij dit, gelet op de formulering van dit deel van de vordering, redelijkerwijs ook zo kon doen. Nu dit onderdeel te onduidelijk is geformuleerd en eerst ter comparitie tot klaarheid is gekomen, zodat Smit Draad hierop niet (goed) kon reageren, komt het niet voor toewijzing in aanmerking. Ten overvloede wordt nog overwogen dat de gebruikte lakstoffen niet kankerverwekkend zijn. FNV heeft echter niet (voldoende duidelijk) onderbouwd dat bedoelde puntafzuiging noodzakelijk is wegens deze eigenschappen van de stoffen. Met betrekking tot Installatie van mechanische ventilatie in de laktoren wordt geoordeeld dat mede in het licht van het uitgebreide verweer van Smit Draad, FNV niet voldoende heeft onderbouwd dat de klaarblijkelijk door FNV bedoelde maatregelen de werkomstandigheden (veiligheid) van de werknemer vergroot, laat staan dat voldoende is onderbouwd dat Smit Draad daar op grond van de op haar rustende zorgplicht (art. 7:658 BW) toe is gehouden. Wel dienen persoonlijke gelaatsmaskers beschikbaar te worden gesteld. Niet in geschil is dat persoonlijke beschermingsmiddelen voor het werken in de laktoren beschikbaar moeten zijn. Voldoende staat vast dat dit, zowel om gezondheids- als om hygiënische redenen, persoonlijke (niet door anderen gebruikte) beschermingsmiddelen moeten zijn. De vordering met betrekking tot de aanschaf van vervangende stoffen die minder schadelijk zijn voor de gezondheid is te onbepaald  en wordt daarom afgewezen.