Rechtspraak
werknemer/Ekro B.V.
Feiten
Werknemer is sinds 2008 via een uitzendbureau bij Ekro B.V. werkzaam geweest als slachter. De werkzaamheden van werknemer bestonden uit het halal slachten van kalveren. Op 8 augustus 2014 is werknemer tijdens het uitvoeren van de slachtwerkzaamheden door een kalf tegen het hoofd geschopt en tegen een muur terechtgekomen. Bij tussenvonnis (zie AR 2019-0564) is geoordeeld dat Ekro niet aansprakelijk kan worden gehouden op grond van artikel 7:658 BW, nu zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun stellingen aan te vullen ter zake van de vraag of het ongeval mede het gevolg is van een omstandigheid die werknemer kan worden toegerekend (art. 6:101 BW) onder meer in het kader van aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW in samenhang met artikel 6:181 BW.
Oordeel
Hoewel het arrest van de Hoge Raad van 9 november 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AD3985, NJ 2002, 79, Van Doesburg/Tan) betrekking had op een situatie waarin een werkgever aansprakelijk werd gesteld op grond van artikel 6:170 BW, leidt die omstandigheid er naar het oordeel van de kantonrechter niet toe dat het arrest restrictief moet worden uitgelegd in die zin dat het door de Hoge Raad geïntroduceerde beperkte eigenschuldregime niet van toepassing kan zijn bij een aansprakelijkheid ex artikel 6:179 BW jo. artikel 6:181 BW. De Hoge Raad heeft in voormeld arrest overwogen dat 'nu de schade binnen een dienstverband is geleden en het de werkgever is die in eerste instantie de werkomstandigheden bepaalt, de in artikel 6:101 lid 1 BW bedoelde billijkheid eist om de schuld van de werknemer die niet bestaat in opzet of bewuste roekeloosheid voor rekening van de werkgever te laten komen'. Ook de schade van werknemer is binnen het dienstverband geleden. Ekro laat zijn werknemers werken met dieren en het is dus ook Ekro die in dat opzicht de werkomstandigheden bepaalt. Zij is immers degene die het productieproces inricht en in dat kader bijvoorbeeld bepaalt hoeveel kalveren per uur worden geslacht, hoe snel die kalveren na het verdoven via de sleuf op de krib terechtkomen en ook hoe snel zij vervolgens geslacht en aan de transportrails bevestigd moeten worden, zodat Ekro in die zin wel degelijk invloed uitoefent op de arbeidsomstandigheden. Dat Ekro daarbij geen invloed heeft op de gedragingen van het dier, maakt dit niet anders. Het gaat erom dat zij op veel manieren kan anticiperen op die onberekenbare en gevaarlijke gedragingen door het productieproces daarop af te stemmen. Overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 9 november 2001 eist de in artikel 6:101 lid 1 BW bedoelde billijkheid naar het oordeel van de kantonrechter daarom ook in dit geval dat de eventuele schuld van werknemer die niet bestaat in opzet of bewuste roekeloosheid voor rekening van Ekro dient te blijven. Gesteld noch gebleken is dat sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van werknemer. Ekro komt derhalve geen beroep op eigen schuld toe. De conclusie is dan ook dat Ekro, mede gelet op hetgeen reeds in het tussenvonnis van 21 november 2018 is overwogen, op grond van artikel 6:179 BW jo. artikel 6:181 BW aansprakelijk is voor de door werknemer als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade, zodat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.