Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 20 mei 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4310
Stichting De Trans/werkneemster
Feiten
Werkneemster is in 1998 in dienst getreden bij De Trans in de functie van zorgcoördinator. De Trans heeft in eerste aanleg ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 oktober 2018 op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De Trans heeft hoger beroep ingesteld en verzoekt een verklaring voor recht dat werkneemster geen recht heeft op de transitievergoeding. Bij tussenbeschikking (zie AR 2019-0129) is De Trans toegelaten tot bewijslevering dat werkneemster, zelfs nadat zij waarschuwingen had ontvangen, tegen de voedingsvoorschriften in opnieuw chocola in een vaste vorm aan een cliënt heeft gegeven.
Oordeel
Op grond van een aantal getuigenverklaringen maar mede op grond van de eigen stellingname van werkneemster kan als uitgangspunt voor verdere beoordeling genomen worden dat werkneemster op 6 maart 2018 chocola heeft gepakt en deze aan een cliënt heeft gegeven. Partijen verschillen alleen over de vraag welke cliënt dit was. Een van de getuigen heeft stellig verklaard dat het, zoals werkgever ook aangeeft, om cliënt X ging. Voorafgaand aan de dienst van die getuige was haar gevraagd erop te letten of werkneemster (weer) chocola aan cliënt X gaf. Dat maakt aannemelijk dat zij daarop gespitst was en, kort na het voorval, daarover naar waarheid heeft verklaard. De slotsom is dat het gevergde bewijs is geleverd. Het gevolg is dat thans moet worden vastgesteld dat werkneemster, hoewel gewaarschuwd, heeft volhard in niet-naleving van het veiligheidsprotocol (uitsluitend gemalen voedsel voor cliënt X). Dat maakt, gegeven het grote belang van dat voedingsvoorschrift (risico op verslikken met fataal gevolg), dat het handelen van werkneemster ernstig verwijtbaar was. De verklaring voor recht dat werkneemster geen recht heeft op de transitievergoeding wordt dan ook toegewezen.