Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 15 april 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:3690
Dental Clinics Den Haag B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster is sinds 2015 in dienst als tandartsassistente voor onbepaalde tijd en voor 32 uur per week. Werkgeefster is een groep van verschillende tandartspraktijken. Werkneemster is op 14 maart 2018 bevallen van een zoon. Voorafgaand aan het einde van haar bevallingsverlof per 2 juni 2018 heeft zij zich per 1 juni 2018 ziek gemeld. Werkneemster is sindsdien niet hersteld. Werkneemster is tweemaal opgeroepen bij de bedrijfsarts en de eerste keer niet verschenen. De tweede keer adviseerde de bedrijfsarts dat werkneemster aangepaste werkzaamheden kon verrichten. Werkgeefster heeft haar hierop opgeroepen om te beginnen met de re-integratie, maar werkneemster is niet verschenen. Zij is nogmaals opgeroepen bij de bedrijfsarts, die adviseerde dat werkneemster niet arbeidsongeschikt was en het werk kon hervatten. Bedrijfsarts en UWV hebben haar gewezen op de mogelijkheid een deskundigenoordeel aan te vragen, maar dit heeft – hoewel een afspraak was gemaakt en het UWV meerdere malen contact met werkneemster heeft proberen op te nemen – nooit plaatsgevonden. Werkneemster vraagt daarna verlof aan, wat wordt toegewezen. Vlak voor het einde van het verlof meldt werkneemster zich vanuit het buitenland ziek. Na terugkeer heeft de bedrijfsarts wederom geoordeeld dat werkneemster in staat is haar werkzaamheden te verrichten. Werkgeefster past hierop een loonstop toe. Werkneemster pakt het werk weer op, maar even later meldt zij zich weer ziek. Wederom oordeelt de bedrijfsarts dat ze in staat is haar werk te hervatten en wederom past werkgeefster een loonstop toe. Uit het deskundigenoordeel van UWV van 27 november 2018 blijkt dat werkneemster onvoldoende meewerkt aan de re-integratie. Werkgeefster verzoekt ontbinding wegens verwijtbaar handelen of nalaten van werkneemster.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter is de ontstane situatie te kwalificeren als verwijtbaar handelen van werkneemster. Werkneemster wordt medisch telkens in staat geacht om aan haar re-integratiewerkzaamheden te voldoen. Tevens werkte werkneemster niet mee aan haar re-integratie door herhaaldelijk zonder bericht van verhindering niet op geplande afspraken met de bedrijfsarts, arbeidsdeskundige en werkgeefster te verschijnen. Ook herhaalde loonstops hebben geen verandering in het gedrag van werkneemster gebracht. Het is immers het handelen van werkneemster zelf, waarvoor zij zelf verantwoordelijk is, dat heeft geleid tot de conclusie dat zij herhaaldelijk onvoldoende heeft meegewerkt aan haar re-integratie. Het handelen van werkneemster kwalificeert ook als ernstig verwijtbaar handelen, waardoor geen transitievergoeding is verschuldigd en geen opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst.