Naar boven ↑

Rechtspraak

Mabeco IJmond B.V. /werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 6 november 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4159

Mabeco IJmond B.V. /werknemer

Aanwezigheid dringende reden, te weten diefstal/verduistering van afsluiters, is na getuigenverhoor niet komen vast te staan. In plaats van herstel dienstverband billijke vergoeding van € 45.500 bruto. Transitievergoeding bepaald op grond van opvolgend werkgeverschap.

Feiten

Werknemer is op 1 mei 1987 (volgens werknemer) dan wel op 1 augustus 2001 (volgens werkgeefster) in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Mabeco IJmond B.V. (hierna: ‘Mabeco’), laatstelijk in de functie van montageleider tegen een salaris van € 4.069,91 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. Tata Steel is een grote opdrachtgever van Mabeco. Op 25 augustus 2017 heeft werknemer vijf (blauwe) afsluiters van het terrein van Tata Steel afgevoerd. Op verzoek van werknemer heeft D, een medewerker van Mabeco, op 1 september 2017 een zesde (rode) afsluiter van het terrein van Tata Steel afgevoerd. De zes afsluiters zijn in de fabriekshal van Mabeco neergezet. Op 30 oktober 2017 heeft Mabeco werknemer op staande voet ontslagen. Bij brief van 30 oktober 2017 heeft Mabeco het ontslag schriftelijk aan werknemer bevestigd. In de brief wordt als reden voor het ontslag genoemd het ontvreemden van eigendommen, te weten afsluiters, van Tata Steel. Werknemer heeft in eerste aanleg verklaard zich neer te leggen bij de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en mitsdien verzocht om Mabeco te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding alsmede een billijke vergoeding. Bij de bestreden eindbeschikking heeft de kantonrechter geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat werknemer de afsluiters heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, zodat niet vaststaat dat sprake is van diefstal dan wel verduistering door werknemer. Daarnaast is werknemer volgens de kantonrechter niet geslaagd in het leveren van bewijs ten aanzien van zijn stelling dat sprake is van opvolgend werkgeverschap. De kantonrechter heeft aan werknemer een billijke vergoeding van € 45.500 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 20.182 bruto toegekend. Daarnaast is Mabeco veroordeeld tot betaling aan werknemer van een transitievergoeding van € 63.489 bruto, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente. Verder is Mabeco veroordeeld om aan werknemer een schriftelijke netto/brutospecificatie te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Tegen dit oordeel keert Mabeco zich in hoger beroep.

Oordeel

De kern van het betoog van Mabeco heeft betrekking op de vraag of de door Mabeco gestelde dringende reden voor het ontslag daadwerkelijk aanwezig is en in dat verband is de verdeling van de bewijslast en de waardering van het bewijs van belang. Uitgangspunt is dat de bewijslast van de dringende reden die aan het ontslag ten grondslag is gelegd op Mabeco rust, aangezien zij zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten beroept. Naar het oordeel van het hof leveren de door Mabeco aangedragen bescheiden, mede gegeven de gemotiveerde betwisting door werknemer, thans onvoldoende bewijs op van het feit dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel verduistering van zes afsluiters van Tata Steel. Zoals door haar aangeboden, zal Mabeco worden toegelaten tot (nadere) bewijslevering met betrekking tot de door haar gestelde dringende reden door middel van het horen van getuigen. Mabeco zal in de gelegenheid worden gesteld bij akte de namen van de door haar gewenste te horen getuigen. Het hof geeft Mabeco daarbij in overweging om (in ieder geval) C, D en B als getuigen te laten horen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.