Naar boven ↑

Rechtspraak

Mabeco IJmond B.V. /werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 juni 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2032

Mabeco IJmond B.V. /werknemer

Aanwezigheid dringende reden, te weten diefstal/verduistering van afsluiters, is na getuigenverhoor niet komen vast te staan. In plaats van herstel dienstverband billijke vergoeding van € 45.500 bruto. Transitievergoeding bepaald op grond van opvolgend werkgeverschap.

Feiten

Werknemer is op 1 mei 1987 dan wel op 1 augustus 2001 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Mabeco IJmond B.V. (hierna: ‘Mabeco’), laatstelijk in de functie van montageleider tegen een salaris van € 4.069,91 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. Tata Steel is een grote opdrachtgever van Mabeco. Op 25 augustus 2017 heeft werknemer vijf (blauwe) afsluiters van het terrein van Tata Steel afgevoerd. Op verzoek van werknemer heeft D, een medewerker van Mabeco, op 1 september 2017 een zesde (rode) afsluiter van het terrein van Tata Steel afgevoerd. De zes afsluiters zijn in de fabriekshal van Mabeco neergezet. Op 30 oktober 2017 heeft Mabeco werknemer op staande voet ontslagen wegens het ontvreemden van eigendommen, te weten afsluiters, van Tata Steel. Werknemer heeft in eerste aanleg verklaard zich neer te leggen bij de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en verzocht om Mabeco te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Het hof heeft Mabeco toegelaten tot het leveren van het bewijs met betrekking tot de door haar gestelde dringende reden (ECLI:NL:GHAMS:2018:4159).

Oordeel

Het hof is van oordeel dat gelet op de getuigenverklaringen onvoldoende is komen vast te staan dat werknemer de betreffende afsluiters heeft gestolen of verduisterd. Daarmee is het op grond van die gestelde diefstal of verduistering gebaseerde ontslag op staande voet ten onrechte gegeven. Mabeco is werknemer een onregelmatigheidsvergoeding verschuldigd ten bedrage van € 20.182 bruto. Ten aanzien van de transitievergoeding is in geschil wanneer werknemer in dienst is getreden. Werknemer is naar zijn zeggen per 1 mei 1985 in dienst getreden bij De Tunnel B.V. (verder: De Tunnel). De Tunnel ging in 1993 failliet en de activiteiten van het bedrijf werden overgenomen door Egon X B.V. Met werknemer is ingaande 13 december 1993 door Egon X B.V. een (nieuwe) arbeidsovereenkomst aangegaan. De overgang van De Tunnel naar Egon X B.V. betreft geen overgang in de zin van artikel 7:662 BW, gelet op het faillissement van De Tunnel en het bepaalde in artikel 7:666 BW. De vraag of sprake is van opvolgend werkgeverschap tussen De Tunnel en Egon X B.V. dient te worden beoordeeld aan de hand van het oude artikel 7:668a BW. Tussen Egon X B.V. en E senior bestond een nauwe betrokkenheid. Het blijkt echter op geen enkele wijze dat E senior ook betrokken was bij De Tunnel B.V. Meer in het bijzonder blijkt niet van enige betrokkenheid van E senior bij De Tunnel anders dan dat hij als (vertegenwoordiger van) de koper optrad. Daarmee is niet gebleken van ‘zodanige banden’ tussen De Tunnel en Egon X B.V. dat tussen hen sprake is van opvolgend werkgeverschap. Uit verklaringen blijkt wel van ‘zodanige banden’ tussen Egon X B.V. en Mabeco. Deze banden bestaan eruit dat E senior in Nederland de centrale persoon binnen Egon X B.V. was en dat hij dat ook was binnen Mabeco. In feite heeft werknemer vanaf 1993 steeds onder de leiding van E senior gewerkt. De functie van werknemer is ook niet wezenlijk veranderd. Mabeco heeft daarom te gelden als opvolgend werkgever ten opzichte van Egon X B.V. Uitgaande van 13 december 1993 als datum van indiensttreding, en rekening houdende met een maandelijkse prestatiebonus van € 650, bedraagt de transitievergoeding € 63.489 bruto. Het valt Mabeco ernstig te verwijten het ontslag op staande voet aan werknemer te hebben gegeven. Daar staat tegenover dat werknemer ook een rol heeft gespeeld in de gebeurtenissen die hebben geleid tot dit ontslag. Aan werknemer is een onregelmatigheidsvergoeding toegekend alsmede een transitievergoeding. Beide vergoedingen beperken de hoogte van de schade die werknemer lijdt als gevolg van het verlies van zijn dienstverband met Mabeco. De precieze hoogte van de resterende schade is, gelet op de onzekerheden in dezen, niet vast te stellen. Het hof zal deze schade daarom schatten. Het hof schat deze hoogte, net als de kantonrechter en conform het verzoek van werknemer, op een bedrag van € 45.500 bruto.