Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/ TenneT TSO B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4757

werknemers/ TenneT TSO B.V.

Tennet heeft voldoende belangen (van technisch operationele aard) om het rooster van werknemers te wijzigen. De belangen van werknemers bij ongewijzigde instandhouding ploegentoeslag moeten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wijken voor het belang van Tennet.

Feiten  

Het hof heeft werknemers toegelaten tot bewijs dat aan hen een vaste ploegentoeslag van 30% is toegekend, die onafhankelijk is van de zwaarte van het rooster en dat sprake is van een consistente handelwijze van Tennet, waardoor bij werknemers door verloop van jaren het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat zij de vaste ploegentoeslag van 30% zouden ontvangen, ongeacht de zwaarte van het rooster.

Oordeel 

Bij de vraag wanneer uit een door de werkgever jegens de werknemer gedurende een bepaalde tijd gevolgde gedragslijn voortvloeit dat sprake is van een tussen partijen geldende (de arbeidsovereenkomst aanvullende) arbeidsvoorwaarde komt het aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. Zowel werknemers als Tennet hebben getuigen laten horen en nadere stuken in het geding gebracht. Omdat Tennet per 1 januari 2008 het beheer van de regionale transportnetten heeft overgenomen van regionale netwerkbedrijven, zij in verband daarmee per 1 januari 2009 een nieuw bedrijfsvoerderscentrum in Ede in gebruik heeft genomen en in de aanloop naar die ingebruikname nieuwe bedrijfsvoerders heeft geworven en bedrijfsvoerders van regionale netwerkbedrijven overgenomen, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen werknemers die voor 1 januari 2008 in dienst zijn gekomen (groep A) en werknemers die daarna in dienst zijn getreden (groep B). Ten aanzien van groep A is uit diverse bewijsmiddelen gebleken dat het vijfploegenrooster, zoals dat door Tennet per 1 maart 1994 is ingevoerd, was gebaseerd op de cao en dat de ploegentoeslag werd vastgesteld conform de in de cao geregelde toeslag voor een vijfploegendienst. Volgens de cao was (en is) de ploegentoeslag gebaseerd op de zwaarte van het rooster. Het hof oordeelt in deze omstandigheden dat er geen sprake was van een vaste toeslag, onafhankelijk van het rooster, of dat werknemers daarop hebben mogen vertrouwen. Ten aanzien van groep B oordeelt het hof dat op grond van de getuigenverklaringen en stukken niet is bewezen dat aan werknemers een toeslag is toegekend, onafhankelijk van de zwaarte van het rooster. Daarvoor is van belang dat het rooster waarin de bedrijfsvoerders uit groep B kwamen te werken, een vijfploegenrooster was en de toeslag (van toen 27,9% en later 30%) op de cao was gebaseerd. Het hof begrijpt daarnaast dat werknemers zich op het standpunt stellen dat ook als de ploegentoeslag geen arbeidsvoorwaarde zou zijn, Tennet niet gerechtigd was de WTR en het rooster te wijzigen, nu wijziging van de door werknemers ontvangen toeslag daarvan het gevolg is. De ploegentoeslag is gebaseerd op de cao, waarin tevens een mogelijkheid is opgenomen om een werknemer in een ander rooster te plaatsen met een afbouwregeling. Deze bepalingen kwalificeren naar het oordeel van het hof als een eenzijdig wijzigingsbeding. Naar het oordeel van het hof had Tennet een bedrijfsbelang zoals in de cao bedoeld om tot wijziging van de WTR over te gaan. Na een onderzoek van Déhora was gebleken dat de oude WTR (en het daarop gebaseerde rooster) niet (volledig) voldeed aan de Arbeidstijdenwet en de cao. Bovendien wenste Tennet meer flexibiliteit in de roosters. Daarmee was er sprake van belangen van (technisch) operationele aard aan de zijde van Tennet. Tennet heeft een lang traject van overleg met de Ondernemingsraad en een afvaardiging van de bedrijfsvoerders gevolgd en in samenspraak met de Ondernemingsraad niet de in de cao opgenomen afbouwregeling voor afbouw van de ploegentoeslag gehanteerd, maar deze ten gunste van werknemers aanmerkelijk uitgebreid om de financiële gevolgen te beperken. Dit alles brengt mee dat de belangen van werknemers bij ongewijzigde instandhouding van de uit de WTR en het rooster voortvloeiende ploegentoeslag naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moeten wijken voor het belang van Tennet bij wijziging van het WTR en het daarop gebaseerde rooster.