Naar boven ↑

Rechtspraak

Nivo Engineering B.V./Albert Heijn B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 17 juli 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:7260

Nivo Engineering B.V./Albert Heijn B.V.

Bepaling in raamovereenkomst tussen in- en uitlener in strijd met belemmeringsverbod ex artikel 9a Waadi. Er is sprake van terbeschikkingstelling van een arbeidskracht, nu werknemer bijna twee jaar fulltime werkzaam is geweest bij de inlener en de uitlener hiervoor door de inlener werd betaald.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 maart 2016 voor onbepaalde tijd als consultant in dienst van Nivo Engineering B.V. (hierna: Nivo). Nivo heeft consultants in dienst en is een onderneming die adviseert over (computer)netwerken en die netwerken bij haar opdrachtgevers implementeert. Rond 1 juni 2016 is werknemer in dienst van Nivo gaan werken voor Albert Heijn B.V. (hierna: AH). Medio 2015 hebben Nivo en Ahold European Sourcing B.V. (een zustermaatschappij van AH) een Standaardovereenkomst voor inhuren IT-Professionals op detacheringsbasis (hierna: de Raamovereenkomst) met elkaar gesloten. Hierin is in artikel 8.2 opgenomen dat het de ‘Ahold Group Member’ verboden is gedurende het contract en zes maanden erna een IT-medewerker in dienst te nemen. Bij vonnis van 1 februari 2018 is Nivo op vordering van werknemer veroordeeld te dulden en toe te staan dat hij een arbeidsovereenkomst zou sluiten met Ahold, omdat hem de bescherming van artikel 9a lid 1 Waadi toekomt. AH heeft werknemer vervolgens in vaste dienst genomen. Nivo vordert thans veroordeling van AH tot betaling van een redelijke wervingsvergoeding en een bedrag aan gemiste marge.

Oordeel

De rechtbank overweegt allereerst dat AH partij is bij de Raamovereenkomst. Uit de tekst van die overeenkomst volgt immers dat het de bedoeling was dat alle vennootschappen die onderdeel uitmaken van de Ahold Groep gebonden zijn aan de Raamovereenkomst die door Ahold European Sourcing B.V. als inkoopmaatschappij van de Ahold Groep was aangegaan. Vervolgens is de vraag aan de orde of Nivo zich kan beroepen op artikel 8.2 van de Raamovereenkomst, gelet op het bepaalde in artikel 9a lid 1 Waadi. Naar het oordeel van de rechtbank was inzake werknemer sprake van terbeschikkingstelling van een arbeidskracht zoals bedoeld in voornoemd artikel. Daartoe is redengevend dat werknemer gedurende bijna twee jaar fulltime werkzaam is geweest bij AH en dat Nivo hiervoor werd betaald door AH. Werknemer voerde zijn werkzaamheden uit onder toezicht en leiding van AH. Hij had zijn eigen werkplek op het kantoor van AH en was daar werkzaam op en maakte deel uit van de IT-afdeling. Toestemming voor thuiswerken en het opnemen van vakantiedagen vroeg werknemer aan zijn leidinggevende bij AH. Over de aard en inhoud van het werk had hij overleg met AH en hij was in zijn werk gehouden te voldoen aan de eisen en voorwaarden die AH stelde. Uit niets volgt dat Nivo van AH een opdracht tot het tot stand brengen van een specifiek werk of het uitvoeren van specifieke werkzaamheden had gekregen en dat zij ter uitvoering van die opdracht werknemer aanstuurde. Evenmin is gesteld of gebleken dat Nivo enige (inhoudelijke) betrokkenheid had bij de door werknemer bij Ahold uitgevoerde werkzaamheden. De conclusie is dan ook dat artikel 9a lid 1 Waadi van toepassing is, hetgeen er op grond van lid 2 van dat artikel toe leidt dat artikel 8.2 van de Raamovereenkomst nietig is. De subsidiair door Nivo aangevoerde grondslag – dat sprake is van een overeenkomst van opdracht waarbij Nivo een nieuwe werknemer voor AH heeft geworven en geselecteerd – kan evenmin tot toewijzing van de vordering leiden. De omstandigheid dat werknemer op enig moment uit dienst van Nivo is getreden en onmiddellijk bij AH in dienst is getreden, maakt niet dat de overeenkomst van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten wijzigt in een overeenkomst van werving en selectie. Voorts blijkt uit niets dat AH aan Nivo een opdracht tot werving en selectie heeft gegeven of dat Nivo werkzaamheden in dat verband heeft uitgevoerd. De vorderingen van Nivo worden afgewezen.