Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 juli 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:5900
werknemer/Technische Unie B.V.
Feiten
Werknemer is op 24 juni 2002 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Technische Unie B.V. (hierna: Technische Unie). Hij is per 9 april 2014 arbeidsongeschikt geworden. Op 5 augustus 2016 heeft Technische Unie een loonsanctie opgelegd gekregen. In mei 2017 heeft Technische Unie werknemer een voorstel beëindingsovereenkomst gedaan, onder de voorwaarde dat werknemer zich weer hersteld zou melden en met het advies juridisch advies in te winnen. Dit voorstel heeft werknemer van de hand gewezen. Op 6 oktober 2017 is de loondoorbetalingsplicht afgelopen. Op 30 januari 2019 heeft (de gemachtigde van) werknemer voorgesteld het dienstverband te beëindigen onder toekenning van de transitievergoeding. Technische Unie heeft laten weten geen beleid te hebben met betrekking tot slapende dienstverbanden en heeft bevestigd dat het dienstverband vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zal worden beëindigd per de datum dat deze leeftijd wordt bereikt. Werknemer verzoekt primair de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van de transitievergoeding dan wel een billijke vergoeding en subsidiair voor recht te verklaren dat Technische Unie zich niet als goed werkgever heeft gedragen en Technische Unie te veroordelen in het betalen van een schadevergoeding.
Oordeel
Werknemer heeft gesteld dat gedurende de ziekteperiode van twee jaar een verstoorde arbeidsverhouding met Technische Unie is ontstaan doordat Technische Unie haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. De kantonrechter oordeelt dat Technische Unie zich geen slecht werkgever heeft getoond nu de voorgestelde hersteldmelding in de vaststellingsovereenkomst niet zonder raadpleging van de bedrijfsarts zou plaatsvinden en Technische Unie werknemer heeft geadviseerd zich juridisch te laten bijstaan. Werknemer heeft ten aanzien van de periode na eind 2017 tot januari 2019 geen feiten en omstandigheden aangevoerd, die het voorgaande in een ander daglicht stellen. Ook het enkele feit dat Technische Unie het dienstverband bewust ‘slapend’ houdt (hetgeen Technische Unie betwist), brengt niet per definitie met zich mee dat de arbeidsrelatie is verstoord. Werknemer heeft betoogd dat Technische Unie ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door thans niet mee te willen werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding, terwijl zij in mei 2017 een zelfde aanbod heeft gedaan. Dit betoog wordt niet gevolgd. Daartoe wordt verwezen naar de bestendige rechtspraak. Daarbij speelt mee dat werknemer gedurende de genoemde periode pensioen heeft kunnen opbouwen. De kantonrechter houdt het subsidiaire verzoek aan in afwachting van het antwoord op prejudiciële vragen van de Rechtbank Limburg aan de Hoge Raad. De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer af en houdt iedere verdere beslissing aan.