Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 oktober 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:3622
werknemer/Accutest Research Laboratories Netherlands B.V. c.s.
Feiten
Werknemer heeft op 21 augustus 2014 een arbeidsovereenkomst gesloten met Accutest Research Laboratories Netherlands B.V. (hierna: Accutest). De functie van werknemer was 'President, Accutest International'. Werknemer had naast zijn salaris tevens recht op een bonus en op aandelenopties indien aan de daaromtrent in de arbeidsovereenkomst gestelde voorwaarden was voldaan. In januari 2017 heeft Accutest het UWV verzocht toestemming te verlenen het dienstverband met werknemer op te zeggen. Accutest heeft daartoe aangevoerd dat zij over de jaren 2014 tot en met 2016 verlies heeft geleden en voornemens was haar activiteiten in Europa te staken en de overgebleven werkzaamheden over te hevelen naar Accutest India. De arbeidsovereenkomsten met de enige twee werknemers van Accutest zouden worden beëindigd. Ook de arbeidsovereenkomsten van medewerkers van Accutest in de VS en Latijns-Amerika zouden niet worden voortgezet. Op 28 januari 2017 heeft het UWV toestemming verleend de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van structureel verval van de arbeidsplaats van werknemer. De arbeidsovereenkomst is vervolgens tegen 1 april 2017 opgezegd. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer verzocht, indien sprake is geweest van overgang van onderneming van Accutest op Accutest India, Accutest India te veroordelen of, indien geen sprake is van bedoelde overgang, Accutest te veroordelen tot betaling van een bedrag van Sfr 390.478,66 ten titel van bonus. Subsidiair heeft werknemer een schadevergoeding verzocht van $ 1.840.000 op grond van artikel 7:611 BW. De kantonrechter heeft deze verzoeken afgewezen. Tegen deze beslissing en de gronden waarop deze berust, richten zich de grieven van werknemer.
Oordeel
Overgang van onderneming
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer stelt weliswaar dat alle activiteiten van Accutest zijn overgeheveld naar Accutest India, maar betwist niet dat Accutest India, anders dan Accutest, geen verkoopapparaat heeft dat zich richt op klanten buiten India en China, terwijl Accutest juist was opgericht om acquisitiewerkzaamheden ten behoeve van klanten buiten genoemde landen te verrichten. Werknemer betwist ook niet dat Accutest India wel bestaande klanten buiten genoemde landen bedient maar zich niet richt op het verwerven van nieuwe klanten buiten India en China, hetgeen juist de kernactiviteit van Accutest was. Dat betekent dat van een overgang van onderneming ex artikel 7:662 e.v. BW geen sprake is geweest.
Recht op bonus
Het hof overweegt dat het recht op een bonus in de arbeidsovereenkomst afhankelijk is gesteld van de prestaties van werknemer en dat het aan 'the board' is te beslissen welk percentage van het vaste salaris de bonus zou bedragen indien de targets werden overschreden of niet werden gehaald. Werknemer betwist niet dat hij de voor hem vastgestelde targets niet haalde. Hij stelt dat deze niet realistisch waren. Vast staat dat Accutest en Accutest India gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst steeds verlieslatend zijn geweest. Werknemer betwist ook niet dat de omzet van het door hem geleide team tussen 2014 en 2017 aanzienlijk minder was dan verwacht werd en had mogen worden en dat hij zelf alleen in het boekjaar 2016/2017 omzet heeft behaald ($ 92.000). In die situatie mocht Accutest in redelijkheid beslissen werknemer niet voor een bonus in aanmerking te laten komen.
Vergoeding ex artikel 7:611 BW
Werknemer stelt in het kader van de verzochte vergoeding op grond van een schending van goed werkgeverschap dat Accutest bij hem verwachtingen heeft gewekt over de inkomsten die hij zou kunnen verwerven en over haar eigen groeipotentieel. Ook dit betoog slaagt niet. Niet gebleken is dat Accutest werknemer voor zijn indiensttreding onjuist heeft voorgelicht over de historische financiële gegevens van Accutest India of onjuist heeft voorgelicht over de plannen na indiensttreding van werknemer. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de kantonrechter de verzoeken van werknemer op goede gronden heeft afgewezen.