Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 8 januari 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3168
werknemer/ExxonMobil Chemical Holland B.V.
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2000 werkzaam geweest bij ExxonMobil Chemical Holland B.V. (hierna: ExxonMobil). Vanaf 4 september 2017 is in de shift van werknemer een 19-jarige stagiair werkzaam geweest. De vader van de stagiair is eveneens werkzaam bij ExxonMobil. Deze stagiair heeft op 27 november 2017 in telefonisch contact met zijn stagebegeleider van school melding gemaakt van pesterijen, vernederingen en intimidatie door werknemer en een ander lid van dezelfde shift. Vervolgens heeft de stagiair zich ziek gemeld en heeft zijn vader op 4 december 2017 een e-mail gestuurd over de pesterijen. ExxonMobil heeft de stagiair alsmede verschillende shiftleden gehoord. Nadat duidelijk werd dat de verklaringen van de andere shiftleden niet in lijn waren met die van de stagiair, is op aanraden van een Business Committee nader onderzoek verricht door middel van onder andere interviews. Daaruit is gebleken dat inbreuk is gemaakt op bedrijfsstandaarden. In een gesprek van 2 februari 2018 is werknemer op de hoogte gesteld van de conclusies van het onderzoek en daarbij is aangegeven dat zijn arbeidsovereenkomst beëindigd zou worden en dat hij per direct geschorst was. De uitkomsten van dat gesprek zijn door ExxonMobil bij brief van diezelfde datum aan werknemer bevestigd. ExxonMobil heeft vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht bij de kantonrechter, op grond van verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsverhouding of een onherstelbare vertrouwensbreuk. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2018 ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Daar is werknemer het niet mee eens. In hoger beroep verzoekt hij vernietiging van de beschikking en primair herstel van de arbeidsovereenkomst met nevenvoorzieningen, een en ander onder oplegging van een dwangsom. Subsidiair verzoekt hij een billijke vergoeding van € 450.000 toe te kennen.
Oordeel
De eerste grief houdt in dat de arbeidsverhouding niet zodanig verstoord is geweest. Het hof overweegt dat het duidelijk is dat diverse incidenten hebben plaatsgevonden. Ter zitting is het duidelijk geworden dat de stagiair gedurende langere tijd is aangesproken met ongepaste opmerkingen of steeds herhaalde ‘grapjes’ over bijvoorbeeld het trakteren van appeltaart. Werknemer heeft hier niet bij ingegrepen, maar deed juist actief mee, terwijl zichtbaar was dat de stagiair het niet fijn vond. Na bespreking van een aantal specifieke incidenten is het hof van oordeel dat werknemer met zijn gedragingen in strijd heeft gehandeld met het door ExxonMobil gehanteerde beleid ten aanzien van intimidatie op de werkvloer. Daarom is het hof met ExxonMobil van oordeel dat door de handelwijze van werknemer de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Het betoog van werknemer dat dit wel van ExxonMobil kan worden verlangd, kan niet leiden tot een ander oordeel. Het hof is dus, zij het op andere gronden, van oordeel dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst terecht heeft ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Gezien de door ExxonMobil aan werknemer te maken verwijten bestaat geen grond voor een hogere billijke vergoeding dan door de kantonrechter is toegekend. Ook grief II slaagt niet. Voor de duidelijkheid wijst het hof erop dat de verschuldigdheid van de in eerste aanleg toegekende transitievergoeding van € 44.193 en billijke vergoeding van € 50.000 in hoger beroep niet in geding zijn. Het incidenteel beroep door ExxonMobil is namelijk ingesteld onder de voorwaarde dat het principaal beroep slaagt. Nu dat laatste niet het geval is, komt het hof niet toe aan de beoordeling van het incidenteel appel. De conclusie is dat de grieven in het principaal hoger beroep falen. De beschikking van de kantonrechter zal worden bekrachtigd.