Naar boven ↑

Rechtspraak

Inivum B.V.; Redkarma B.V.; Surfkids B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 17 december 2019
ECLI:NL:RBNNE:2019:5172

Inivum B.V.; Redkarma B.V.; Surfkids B.V.

Loonbetaling na beëindiging van de werkzaamheden van ex-echtgenote past eerder bij een uiteengaan in het kader van een echtscheiding dan bij het voortzetten van de arbeidsrelatie.

Feiten

X is per 1 maart 1995 in dienst is getreden bij (een rechtsvoorganger van) A10HUB B.V., voorheen Amrav Beheer B.V. DGA van Amrav Beheer BV. was de heer Y. X en Y zijn op 22 juli 1985 met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. In 2005 zijn huwelijkse voorwaarden opgemaakt, waarna Y alleen aandeelhouder van de diverse besloten vennootschappen werd. In 2010 is de affectieve relatie tussen partijen beëindigd. Medio 2012 is Y uit de echtelijke woning vertrokken en sindsdien leefden partijen gescheiden; formeel bleven zij gehuwd. X heeft haar gebruikelijke werkzaamheden voortgezet. In het voorjaar van 2015 heeft Y te kennen gegeven formeel te willen scheiden. In de zomer van 2015 is besloten dat X de onderneming zou verlaten en haar werkzaamheden zou beëindigen. Begin september 2015 heeft X een overzicht van haar werkzaamheden opgesteld om deze over te dragen in verband met de beëindiging van haar werkzaamheden per 1 januari 2016. Op 17 december 2015 is een afscheidsavond met het personeel gehouden. X heeft haar werkzaamheden per 1 januari 2016 gestaakt. X is ingaande 23 februari 2016 bij het Handelsregister uitgeschreven als gevolmachtigde van A10HUB B.V. Haar gebruikelijke salaris is in de daaropvolgende periode doorbetaald tot en met maart 2018. X heeft in die periode geen werkzaamheden voor A10HUB B.V. of daarmee gelieerde vennootschappen verricht. Op 8 augustus 2017 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De afwikkeling van de boedelscheiding is moeizaam verlopen. Pas in de loop van 2019 is hierover duidelijkheid gekomen. Op 11 april 2018 heeft X een brief van Y ontvangen, gedateerd 31 maart 2018. In deze brief wordt kenbaar gemaakt dat A10HUB B.V. per 31 maart 2018 is opgeheven. X heeft vanaf 1 april 2018 geen salaris meer ontvangen. X is onder meer van mening dat zij de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd, maar haar werkzaamheden per 1 januari 2016 heeft beëindigd in de veronderstelling dat partijen op een later moment definitieve afspraken zouden maken over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst vanwege de afwikkeling van de echtscheiding.

Oordeel

Bij de uitleg van de afspraken over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst en de echtscheiding betrekt de kantonrechter het gegeven dat hier geen sprake is van een 'klassieke' werkgever-werknemerrelatie, maar van een affectieve relatie waarbij twee op zich gelijkwaardige partijen hebben besloten uit elkaar te gaan, niet alleen qua relatie maar ook zakelijk. De kantonrechter concludeert dat X en A10HUB B.V. c.q. Y in onderling overleg hebben besloten de arbeidsverhouding definitief te beëindigen waarbij Y de onderneming zou voortzetten en X zou vertrekken. X stelt dat de arbeidsovereenkomst nog moest worden afgewikkeld, maar zij vult dit niet verder in. Dat X en Y de mogelijkheid openhielden dat X op enig moment zou terugkeren, heeft X niet gesteld. Gelet op de inmiddels moeizame verhouding, die valt op te maken uit de correspondentie begin 2016, zou dit ook niet aannemelijk zijn. Voor het standpunt van X dat slechts sprake was van vrijstelling van de verplichting arbeid te verrichten met behoud van loon totdat de echtscheiding zou zijn geregeld, ziet de kantonrechter geen aanwijzingen. Dat standpunt valt in ieder geval niet te rijmen met het gegeven dat partijen hadden besloten zakelijk uit elkaar te gaan per 1 januari 2016 en dat daaraan ook uitvoering is gegeven. Gelet op de beëindiging van de werkzaamheden zijn twee wezenlijke kenmerken van een arbeidsverhouding verdwenen, namelijk een gezagsverhouding en de verplichting tot het verrichten van arbeid. In het kader van hun echtscheiding hebben partijen besloten dat Y, althans A10HUB B.V. nog een jaar het loon zou doorbetalen 'in afwachting van een definitieve regeling over de echtscheiding'. Dit stond kennelijk los van de vraag of de arbeidsverhouding nog voortduurde. Daarmee staat dit loon geheel in het teken van de echtscheiding. Tegenover het doorbetalen van loon bestond immers geen enkele verplichting tot het verrichten van arbeid zodat deze loonbetaling kennelijk de strekking had in het kader van de echtscheiding voorlopig te voorzien in het levensonderhoud van X. De wijze waarop partijen hun rechten en verplichtingen na 1 januari 2016 hebben vormgegeven, past daarmee naar het oordeel van de kantonrechter eerder bij een uiteengaan in het kader van een echtscheiding dan bij het voortzetten van de arbeidsverhouding. De arbeidsverhouding is in onderling overleg per 1 januari 2016 beëindigd.