Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 18 december 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6112
werknemer/werkgeefster
Feiten
Werknemer is vanaf 1 maart 2017 in dienst van werkgeefster, vanaf 1 maart 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf augustus 2019 heeft werknemer van werkgeefster geen loon meer ontvangen. Werkgeefster heeft werknemer vrijgesteld van werk vanwege een hack binnen haar bedrijf. Op 9 oktober 2019 heeft ASR Levensverzekering N.V. (het pensioenfonds) werknemer meegedeeld dat zijn deelneming aan de pensioenregeling van werkgeefster per 1 oktober 2019 is beëindigd. Werknemer heeft werkgeefster gesommeerd het achterstallige loon vanaf augustus 2019 te betalen en het pensioenfonds te informeren dat hij nog in dienst is van werkgeefster en te voldoen aan de verplichting tot afdracht van pensioenpremies. Werknemer heeft zich verder beschikbaar gesteld voor werk. Werkgeefster heeft aan de sommaties van werknemer niet voldaan. Daarom vordert werknemer in kort geding betaling van het loon vanaf 1 augustus 2019 tot heden en voortzetting van de betaling van het maandelijkse loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.
Oordeel
Vooropgesteld moet worden dat een loonvordering naar haar aard spoedeisend is. In het kader van deze procedure moet beoordeeld worden of de vordering van werknemer tot betaling van het (achterstallig) loon in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat gerechtvaardigd is daarop door toewijzing van de vordering vooruit te lopen. Vaststaat dat werkgeefster het loon vanaf augustus 2019 niet meer heeft voldaan. Werkgeefster heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij het loon niet kan betalen als gevolg van een hack van haar bedrijf. Door deze hack is het bedrijf volledig stil komen te liggen en heeft zij haar bankrekeningen moeten blokkeren. De omstandigheid dat werkgeefster het loon nu niet kan betalen, doet niet af aan het recht van werknemer op betaling daarvan en het recht om de kantonrechter te vragen die betalingsverplichting van werknemer bij vonnis uit te spreken. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen. Gelet op de (financiële) situatie bij werkgeefster en het lopende onderzoek naar de hack, komt het de kantonrechter billijk voor de gevorderde wettelijke verhoging op nihil te stellen. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog voortduurt, is werkgeefster gehouden op het brutoloon van werknemer pensioenpremie in te houden en af te dragen aan het pensioenfonds waarbij zij is aangesloten. Ook de werkgeversbijdrage aan de pensioenpremie dient zij af te dragen aan het pensioenfonds. Werkgeefster heeft niet betwist dat zij werknemer per 1 oktober 2019 ten onrechte heeft afgemeld bij het pensioenfonds, dat zij geen pensioenpremies meer heeft afgedragen en dat zij verplicht is bewijs te verstrekken van de afdracht van de verschuldigde pensioenpremies. De kantonrechter ziet daarom aanleiding de vordering van werknemer toe te wijzen om werkgeefster te veroordelen werknemer met terugwerkende kracht per 1 oktober 2019 aan te melden bij het pensioenfonds ASR Levensverzekering N.V.