Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 5 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:1158
Toewijzing ontbindingsverzoek (e-grond). Verwijtbaar handelen van werknemer is gelegen in het regelmatig maken van grove en seksueel getinte opmerkingen jegens (vrouwelijke) collega’s. Gedrag werknemer niet ernstig verwijtbaar, zodat transitievergoeding verschuldigd is.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2015 in dienst getreden bij werkgever. Laatstelijk vervulde hij de functie van Packaging Operator. Begin augustus 2019 hebben twee klagers een klacht/melding ingediend bij werkgever over ongewenst gedrag van werknemer en een collega. De klacht van klager 1 heeft betrekking op ongewenste omgangsvormen in de vorm van (seksuele) intimidatie. De melding van klager 2 heeft betrekking op pestgedrag. Naar aanleiding van de klachten heeft werkgever een externe commissie samengesteld om de klachten te onderzoeken. Werknemer is hiervan op de hoogte gebracht en per 13 augustus 2019 op non-actief gesteld. De onderzoekscommissie heeft op 3 oktober 2019 een rapportage uitgebracht met daarin een advies. De onderzoekscommissie overweegt onder meer dat uit het onderzoek een beeld is gerezen dat binnen de afdeling van werknemer gemakkelijk een cultuur ontstaat waarbinnen grenzeloos en grensoverschrijdend gedrag kan gedijen. Volgens de onderzoekscommissie is voorts voldoende aannemelijk geworden dat werknemer en zijn collega voortrekkers dan wel aanjagers zijn van de grenzeloze cultuur op de afdeling. Werkgever verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair op de e-grond.

Oordeel

Verwijtbaar handelen

Naar de kantonrechter begrijpt, legt de werkgever – kort gezegd – aan het gestelde verwijtbare handelen de stelling ten grondslag dat werknemer zich op het werk vaak bedient van verregaande seksueel getinte uitlatingen en grappen, waardoor op de afdeling een onwenselijke cultuur en een beleving van onveiligheid is ontstaan. Werknemer moet volgens de werkgever als aanjager en drager van die cultuur worden aangemerkt. Werknemer heeft erkend dat het gebruikelijk was dat hij op de werkvloer grove en seksueel getinte opmerkingen maakte. Hoewel de onderzoekscommissie de exacte bewoordingen van een aantal uitlatingen van werknemer niet heeft vastgesteld, neemt de kantonrechter als vaststaand aan, mede gelet op de bevestiging hiervan door werknemer, dat werknemer regelmatig op de werkvloer seksueel getinte uitlatingen deed. Partijen verschillen vooral van mening over de waardering van deze opmerkingen en grappen. Werknemer stelt dat dergelijke opmerkingen door iedereen werden gemaakt en dat het paste binnen de cultuur. De kantonrechter is van oordeel dat het met regelmaat doen van dit soort uitlatingen jegens collega’s, temeer als het een vrouwelijke collega is, niet door de beugel kan. Werknemer kan zich naar het oordeel van de kantonrechter niet met succes achter de sfeer of cultuur binnen de afdeling verschuilen. De kantonrechter betrekt daarbij het volgende. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat de opmerkingen en grappen die werknemer maakte binnen de cultuur passend waren. De stelling dat de opmerkingen passend waren, is in ieder geval niet te rijmen met de (negatieve) impact die het gedrag van (onder meer) werknemer heeft gehad op de klaagster. Zij is arbeidsongeschikt geraakt, zo ook de andere klager. De kantonrechter is bovendien van oordeel dat de geschetste gedragingen ook in objectieve zin als grensoverschrijdend en niet passend binnen een werkkring dienen te worden beoordeeld. De werkgever mag op de werkvloer een professionelere houding en professioneler gedrag verwachten van een werknemer. Op grond van het voorgaande merkt de kantonrechter het gedrag van werknemer aan als verwijtbaar handelen. Herplaatsing ligt niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Transitievergoeding

De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. De duur en ernst van de gedragingen zijn uit het onderzoeksrapport onvoldoende naar voren gekomen. Voorts is niet komen vast te staan dat werknemer de aanjager of drager van de cultuur is (geweest). De transitievergoeding van € 4.180 is verschuldigd.