Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 22 januari 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:1199
Feiten
Werkgeefster houdt zich bezig met de teelt en export van groente. Werknemer is met ingang van 2 april 2013 in dienst getreden bij werkgeefster. In de arbeidsovereenkomst zijn een geheimhoudings-, concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Op 30 november 2017 heeft werknemer mondeling zijn arbeidsovereenkomst met werkgeefster opgezegd. Van 1 januari 2018 tot april 2018 is werknemer werkzaam geweest bij een ander bedrijf. Bij brief van werkgeefster van 2 december 2017 is werknemer gewezen op de voor hem geldende bedingen. Op 5 september 2018 heeft een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. Bij brief van 20 september 2018 heeft werkgeefster aanspraak gemaakt op € 250.500 aan verschuldigde boetes wegens het overtreden van het concurrentie- en geheimhoudingsbeding. Ten behoeve hiervan is op 5 oktober 2018 beslag gelegd bij de bank en een onroerende zaak die in eigendom is van werknemer. Werkgeefster vordert betaling van de boetes.
Oordeel
Gebondenheid bedingen
De arbeidsovereenkomst is 2 april 2013 ingegaan voor bepaalde tijd, is daarna stilzwijgend verlengd tot 2 april 2015 en is ook daarna gecontinueerd. Hoewel het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betrof, gold de vereiste motivering nog niet bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst in 2013. De bedingen zijn destijds derhalve rechtsgeldig overeengekomen. De kantonrechter overweegt echter dat de arbeidsovereenkomst van 2 april 2015 (in het licht van het overgangsrecht bij de Wwz) een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is, waarop het motiveringsvereiste wel van toepassing is en waaraan niet is voldaan, waardoor werknemer vanaf 2 april 2015 niet langer aan de bedingen gebonden zou zijn. Gebleken is echter dat volgens de op 2 april 2015 van toepassing zijnde cao na 24 maanden een dienstverband van onbepaalde tijd ontstaat (waarvoor geen motiveringsplicht geldt). Partijen zijn derhalve in april 2013 een rechtsgeldig concurrentie- en een relatiebeding overeengekomen, die zijn verlengd. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat werknemer daaraan ook gebonden is per 2 april 2015. Het voorgaande geldt eveneens voor het geheimhoudingsbeding, omdat werknemer tegen gebondenheid aan dit beding geen verweer heeft gevoerd. De kantonrechter is voorts van oordeel dat van een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding geen sprake is, laat staan dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Werknemer heeft zijn stelling dat gedurende zijn dienstverband bij werkgeefster de inhoud van zijn functie wezenlijk is gewijzigd, onvoldoende onderbouwd.
Overtreding bedingen
De kantonrechter oordeelt dat werknemer door bij het andere bedrijf in dienst te treden het voor hem geldende concurrentiebeding heeft overtreden. De omstandigheid dat hij uitsluitend heeft gehandeld in melk- en zuivelproducten is geen reden om te oordelen dat hij het concurrentiebeding niet heeft overtreden. Het soort werkzaamheden is immers niet van belang, het gaat om het werkzaam zijn bij een gelijksoortig of aanverwant bedrijf binnen de branche. En daarvan is sprake, naar het oordeel van de kantonrechter. Voorts is de kantonrechter niet van oordeel dat werknemer door e-mailcorrespondentie met leveranciers/klanten het relatiebeding heeft geschonden. Het bewijs dat sprake was van betrokkenheid bij offerteaanvragen of ander zakelijk contact is niet geleverd. Tot slot blijkt uit een getuigenverklaring dat werknemer een (vertrouwelijke) lijst met klanten aan het andere bedrijf heeft laten zien. Daarmee heeft werknemer niet de geheimhouding betracht die volgens het geheimhoudingsbeding voor hem gold en om die reden is het geheimhoudingsbeding geschonden.
De boete
Nu vaststaat dat werknemer het concurrentie- en geheimhoudingsbeding heeft overtreden is werknemer in beginsel een bedrag van in totaal € 238.000 aan boetes verschuldigd aan werkgeefster. Gezien de omstandigheden van dit geval acht de kantonrechter een matiging van de boete inzake het concurrentiebeding tot een bedrag van € 25.000 gerechtvaardigd. Er zijn geen redenen om de boete vanwege schending van het geheimhoudingsbeding te matigen.