Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hezelburcht B.V.
Rechtbank Gelderland, 26 maart 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:2323
Werknemer met specialisatie in de duurzaamheidsbranche wordt niet onbillijk benadeeld door zeer ruim geformuleerd concurrentiebeding dat hem voor twaalf maanden (waarvan reeds zes maanden zijn verstreken) verbiedt werkzaam te zijn binnen de subsidieadviespraktijk.

Feiten

Hezelburcht is een subsidieadviesbureau. Werknemer treedt op 1 maart 2014 in dienst bij Hezelburcht in de functie van senior consultant. Vanaf 1 oktober 2015 promoveert hij naar de functie van managing consultant. Zijn werk bestaat uit het mogelijk maken van duurzaamheidsprojecten door middel van subsidies. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding opgenomen. In een gesprek tussen werknemer, zijn leidinggevende en de HR-manager op 8 juli 2019 geeft werknemer te kennen zijn dienstverband niet meer te willen voortzetten vanwege gezondheidsklachten. Op 29 augustus 2019 tekenen zij een vaststellingsovereenkomst. Werknemer wordt vanaf 1 oktober 2019 vrijgesteld van zijn werkzaamheden. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer opgenomen dat het concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst onverkort van kracht blijven. In oktober 2019 verwerft werknemer aandelen in het bedrijf SolisParks, een zonneparkprojectontwikkelaar. Op 7 november 2019 schrijft Hezelburcht aan werknemer dat hij door zijn partnerschap bij SolisParks zowel het concurrentie- als het relatiebeding overtreedt en daardoor de in de arbeidsovereenkomst opgenomen boete is verschuldigd. Werknemer vordert kort gezegd onder meer het concurrentiebeding (geheel) te vernietigen dan wel te schorsen.

Oordeel

De voorzieningenrechter stelt vast dat het concurrentiebeding zeer ruim is geformuleerd. Het beding geldt voor heel Nederland en er is geen beperking tot producten die werknemer zelf heeft vervaardigd of verhandeld dan wel diensten die hij zelf heeft verleend. Gelet hierop is duidelijk dat het beding behoorlijk beperkend is voor werknemer die na twaalf jaar ervaring als specialist in de subsidieadviespraktijk in de duurzaamheidsbranche kan worden aangemerkt. Aan de andere kant heeft Hezelburcht haar belang ter zitting voldoende geconcretiseerd. Zij heeft erop gewezen dat de subsidieadviespraktijk weliswaar heel breed is, maar dat werknemer zich altijd heeft gericht op de duurzaamheidsmarkt. Juist daarin wil hij nu een eigen subsidieadviesbureau beginnen, samen met twee andere oud-werknemers van Hezelburcht die hier ook in gespecialiseerd zijn. Zij begeven zich dan als drie ervaren professionals met een nichekantoor op de markt van subsidieadvies op het gebied van duurzaamheid. In deze omstandigheden is het zeer aannemelijk dat werknemer door het starten van een eigen subsidieadviesbureau een serieuze en directe concurrent voor Hezelburcht vormt. Van belang is dat het voor werknemer tijdens het tekenen van de vaststellingsovereenkomst volkomen duidelijk was dat het concurrentiebeding zou blijven gelden. Toch heeft werknemer, bijgestaan door een juridisch professional, ervoor gekozen de vaststellingsovereenkomst te tekenen. De belangen tegen elkaar afwegend is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het belang van Hezelburcht bij handhaving van het concurrentiebeding groter is dan het belang van werknemer om de werking daarvan te schorsen. Gegeven de belangen over en weer wordt werknemer er in dit bijzondere geval niet onbillijk door benadeeld dat dit de overeengekomen duur van twaalf maanden (waarvan er reeds zes voorbij zijn) blijft. De belangen van werknemer rechtvaardigen geen beperking van de werking van het concurrentiebeding.