Naar boven ↑

Rechtspraak

Berekening billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Vergoeding van € 75.000 passend gelet op de directe inkomensschade, pensioenschade en immateriële schade.

Feiten

Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (hierna: KLM) heeft ernstig verwijtbaar gehandeld jegens werkneemster. In de tussenbeschikking heeft het hof overwogen dat het voor de bepaling van de hoogte van de aan werkneemster toe te wijzen billijke vergoeding dient te beschikken over gegevens met betrekking tot de werkneemster mogelijk toekomende uitkeringen op grond van de Ziektewet en/of de Werkloosheidswet en de hoogte van die bedragen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover bij akte uit te laten.

Oordeel

Werkneemster heeft zich in haar akte gerefereerd aan het oordeel van het hof wat betreft de cijfermatige uiteenzetting van KLM gekoppeld aan de verschillende uitkeringen. Werkneemster heeft aangevoerd dat, gelet op de huidige imploderende markt, haar eenzijdige werkervaring en haar door de kwestie met KLM opgelopen psychische schade, de kans klein is dat zij een nieuwe baan zal vinden. Indien werkneemster tot haar pensioengerechtigde leeftijd geen nieuwe betaalde werkzaamheden zal kunnen verrichten, dan is voor de berekening van haar directe inkomensschade het volgende van belang. Het door werkneemster vanaf 1 januari 2018 genoten inkomen bedroeg, gebaseerd op een 60%-aanstelling, € 2.479,48 bruto maand. De door haar na afloop van het dienstverband (te) ontvangen ZW-uitkering bedraagt ruim € 2.620 bruto per maand. Partijen hebben geen inzicht gegeven in de hoogte van de na afloop van die ZW-uitkering naar verwachting te ontvangen WW- en PAWW-uitkering. KLM heeft gesteld dat op de duur van de te ontvangen WW-uitkering de duur van de ZW-uitkering in mindering zal worden gebracht, maar heeft daarvoor geen wettelijke grondslag genoemd. Indien de WW- dan wel de PAWW-uitkering van vergelijkbare hoogte zou zijn als de ontvangen ZW-uitkering en indien de PAWW-uitkering zou eindigen op 1 mei 2022 dan bedraagt de directe inkomensschade tot 4 december 2026 ongeveer € 75.000 bruto, terwijl werkneemster een transitievergoeding heeft ontvangen van € 70.452,66 bruto. Werkneemster heeft haar pensioenschade berekend op een bedrag van € 93.425,40. KLM heeft dat bedrag betwist met het argument dat een actuariële berekening ontbreekt. KLM heeft haar betwisting echter niet nader onderbouwd. Een dergelijke onderbouwing had van haar wel mogen worden verwacht. Het door werkneemster berekende bedrag aan pensioenschade is gebaseerd op het als gevolg van het ontslag jaarlijks door haar gemiste bedrag aan pensioen vermenigvuldigd met haar op gemiddelden gebaseerde levensverwachting, hetgeen een eenvoudige maar niet onbegrijpelijke wijze van berekening van pensioenschade is. Dat werkneemster niet-onaanzienlijke pensioenschade leidt als gevolg van haar ontslag staat op zichzelf tussen partijen in ieder geval niet ter discussie. Het hof sluit echter niet uit dat werkneemster, ondanks haar eenzijdige werkervaring en haar leeftijd, nog enig perspectief op betaalde arbeid heeft. Deze omstandigheid in acht nemend en verder rekening houdend met de naar verwachting te lijden directe inkomensschade, pensioenschade en immateriële schade, is het hof van oordeel dat een billijke vergoeding van € 75.000 bruto passend is. KLM zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan werkneemster.