Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nancy Schoonmaakbedrijf B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 29 september 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1802
Uitleg cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Schoonmaker in vleesverwerkend bedrijf heeft gezien de aard van zijn werkzaamheden en de bezwarende omstandigheden recht op 5% toeslag op grond van de functie-indeling in de cao.

Feiten

Werknemer is sinds 2012 bij Schoonmaakbedrijf in dienst als schoonmaker bij een vleeswerkingsbedrijf. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van toepassing. Op basis van de cao dient een werknemer in een loongroep te worden ingedeeld met inachtneming van de referentiefuncties. Voor de functies Medewerker Schoonmaakonderhoud industrieel I en II zijn in het toepasselijke NOK-schema beschrijvingen opgenomen en ingevolge bijlage II van de cao krijgt de Medewerker Schoonmaakonderhoud industrieel II een functietoeslag van 5% bovenop het voor beide functies geldende salaris in loongroep 1. Werknemer meent dat hij recht heeft op betaling conform loongroep 1 plus een functietoeslag van 5%. Tussen partijen is in geschil of de functie-indeling correct heeft plaatsgevonden. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer betaling gevorderd van achterstallig loon, te weinig ontvangen toeslagen en de eindejaarsuitkering. De kantonrechter heeft slechts de meest subsidiaire vordering – achterstallig salaris op basis van een 36-urige werkweek – gedeeltelijk toegewezen. Werknemer komt tegen het vonnis in hoger beroep. Het hof heeft in een tussenuitspraak onder meer aangegeven over onvoldoende informatie te beschikken om een oordeel te kunnen geven over de functie-indeling en heeft partijen opdracht gegeven tot het vertrekken van nadere informatie.

Oordeel

Uit de gedetailleerde beschrijving van de werkzaamheden van werknemer en de bijbehorende overgelegde foto’s van onder andere de werkruimte, de schoonmaakmiddelen en schoonmaakmaterialen en in het bijzonder de beschermende (grotendeels plastic) werkkleding (broek, jas, laarzen, helm, veiligheidsbril en mondkapje) die werknemer tijdens zijn werkzaamheden draagt, is genoegzaam gebleken dat bij de werkzaamheden van werknemer de nadruk niet ligt op de uitvoering van droge schoonmaakwerkzaamheden. Er is juist in overwegende mate (ook voor wat betreft de tijdsduur) sprake van natte schoonmaakwerkzaamheden, in het bijzonder van de opstallen, de verschillende werkruimtes, en de machines/installaties. Dit ligt overigens ook voor de hand, gelet op de aard van het bedrijf, te weten vleesverwerking. Bij de schoonmaakwerkzaamheden worden verschillende werkmethoden gehanteerd: het verwijderen van vleesresten en dergelijke, het schoonspuiten met warm water, het inzepen, het inspuiten met een desinfectiemiddel met warm water (op 70˚C) en het gebruik van een hogedrukreiniger voor het afspoelen en ten slotte het droogmaken van tafels, machines, vloeren en wanden. Afhankelijk van de werkplek/werkruimte vinden verschillende werkzaamheden plaats maar alle werkplekken vereisen in overwegende mate natte schoonmaakwerkzaamheden waarvoor het noodzakelijk is gebruik te maken van beschermende kleding en bijzondere reinigings- en desinfectiemiddelen. Het hof is van oordeel dat er daarom sprake is van werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden. Ook is voldoende gebleken dat werknemer zijn werkzaamheden zelfstandig – dat wil zeggen zonder toezicht – verricht hoewel niet direct gebleken is dat hij daarbij moet inspelen op situaties die een aanpassing van de reguliere werkvolgorde vragen. Weliswaar beschikt werknemer niet over een bijzonder certificaat maar dat acht het hof niet doorslaggevend gelet op de aard van de werkzaamheden die werknemer onder overwegend bezwarende omstandigheden moet verrichten. Het hof is dan ook van oordeel dat bij afweging van alle omstandigheden en met inachtneming van het NOK-schema werknemer behoort te worden ingedeeld in de cao-functie ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’ met de daarbij behorende indeling in loongroep 1 met een functietoeslag van 5%.