Naar boven ↑

Rechtspraak

Protempo B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 14 september 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:5069
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet meewerken aan re-integratieverplichtingen, nu werknemer zonder toestemming van werkgever in het buitenland verblijft en niet terugkomt. Geen transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

Feiten

Werknemer is per 1 juni 2019 in dienst getreden bij Protempo B.V. (hierna: Protempo). Werknemer is sinds 12 augustus 2019 arbeidsongeschikt wegens ziekte. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat werknemer arbeidsongeschikt is voor het eigen werk, maar aangepaste werkzaamheden kan verrichten voor een beperkt aantal uren per dag. In november 2019 is werknemer, na overleg met de bedrijfsarts, voor een kortdurend verblijf naar Bulgarije vertrokken. Op 30 maart 2020 schrijft de bedrijfsarts dat hij tweemaal geprobeerd heeft werknemer te bereiken, hetgeen niet gelukt is. Ook Protempo heeft al een lange tijd niets van werknemer gehoord. Op 13 mei 2020 nodigt Protempo werknemer uit op kantoor. Werknemer reageert dat hij in Bulgarije zit. Op 15 mei 2020 heeft Protempo werknemer gesommeerd om uiterlijk 19 mei 2020 terug te zijn in Nederland. Werknemer is echter niet meer naar Nederland gekomen en heeft een afspraak eind juni bij de behandelend arts in Nederland, waarbij (op enig moment) een tweede noodzakelijke medische ingreep zou plaatsvinden, afgezegd. Protempo verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen met onmiddellijke ingang te beëindigen, zonder toekenning van een transitievergoeding.

Beoordeling

De kantonrechter overweegt dat een werknemer zich tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte beschikbaar moet houden voor re-integratieactiviteiten en voor verblijf in het buitenland toestemming van zijn werknemer moet hebben. Het bespreken van een verblijf in het buitenland met de bedrijfsarts volstaat niet. De bedrijfsarts kan daarover als de werknemer het ter sprake brengt weliswaar adviseren, maar het is de werkgever die ter zake toestemming moet geven. Werknemer heeft erkend, dan wel onvoldoende onderbouwd betwist, dat hij zijn huidige verblijf in Bulgarije niet met Protempo heeft besproken, laat staan daarvoor van Protempo toestemming heeft gekregen. Ondanks sommaties van Protempo is werknemer niet teruggekeerd naar Nederland om aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen. Partijen hebben afgesproken dat werknemer in het kader van de re-integratie eens per twee weken het werk zou bezoeken, hetgeen belangrijk is om op termijn terugkeer naar de werkvloer te vergemakkelijken. Bovendien is de ingreep die werknemer moet ondergaan uitgesteld, waardoor de arbeidsongeschiktheid langer zal duren en contact houden belangrijker wordt. Nu werknemer reeds een jaar arbeidsongeschikt is komt ook re-integratie in het tweede spoor in beeld. Het verweer van werknemer dat Protempo toch geen passend werk voorhanden heeft en hij telefonisch aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet, slaagt niet. Los daarvan blijven de afgesproken koffiemomenten tussen werknemer en Protempo van belang, waarvoor werknemer in Nederland moet zijn. Dat werknemer ook in mei 2020 nog verzorgd moet worden door familie en/of niet naar Nederland kon reizen vanwege zijn arbeidsongeschiktheid blijkt niet uit de rapportages van de bedrijfsarts. De instructie van Protempo aan werknemer om teneinde aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen naar Nederland te komen is tegen de hiervoor geschetste achtergrond alleszins redelijk. Door daaraan geen gehoor te geven voldoet werknemer niet aan de op hem rustende re-integratieverplichtingen. Dit alles maakt dat sprake is van verwijtbaar handelen van werknemer als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW. Ingevolge de wet ligt herplaatsing niet in de rede. Onder de gegeven omstandigheden is de kantonrechter met Protempo van oordeel dat het (voortdurende) verwijtbaar handelen van werknemer ook ernstig verwijtbaar handelen/nalaten oplevert. Om die reden komt aan werknemer geen transitievergoeding toe.