Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 1 december 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:11098
Feiten
Werknemer is op 1 december 2018 voor zeven maanden bij Maat in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst is daarna verlengd voor de duur van twaalf maanden. Per 1 juli 2020 is de arbeidsovereenkomst, na aanzegging d.d. 24 april 2020, van rechtswege geëindigd. Werknemer heeft zich op 12 mei 2020 ziek gemeld. Op 20 mei 2020 heeft de bedrijfsarts werknemer laten weten dat hij geschikt is om halve dagen rustige werkzaamheden in de loods te doen. Werknemer heeft zowel aan de bedrijfsarts als aan Maat te kennen gegeven van mening te zijn geen aangepast werk te kunnen verrichten en het advies naast zich neer te leggen. Bij brief van 20 mei 2020 heeft Maat werknemer erop gewezen dat hij het advies van de bedrijfsarts moet opvolgen. Maat adviseert werknemer een deskundigenoordeel aan te vragen; daarnaast heeft Maat een loonstop aangekondigd. Maat heeft met ingang van 25 mei 2020 tot het einde van het dienstverband op 1 juli 2020 de loondoorbetaling gestopt. Op 28 mei 2020 heeft werknemer een deskundigenoordeel aangevraagd. Het op 9 juni 2020 door het UWV afgegeven deskundigenoordeel houdt in dat de door de bedrijfsarts vastgestelde beperkingen plausibel c.q. akkoord zijn en dat er geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden. Bij brief van 2 juli 2020 heeft werknemer Maat om een eindafrekening verzocht, waarin hij aanspraak maakt op achterstallig loon, uitbetaling van niet genoten vakantiedagen en de transitievergoeding. Maat heeft daar niet aan voldaan. Werknemer verzoekt betaling van die componenten.
Oordeel
Nu werknemer vanaf 21 mei 2020 zonder deugdelijke grond geweigerd heeft aangepaste werkzaamheden te verrichten, heeft Maat de loondoorbetaling met ingang van 25 mei 2020 terecht gestaakt. Anders dan werknemer meent, komt in het geval een werknemer zonder deugdelijke grond weigert passende arbeid te verrichten de aanspraak op loondoorbetaling in zijn geheel te vervallen, dus ook over het deel van de werktijd waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is. Werknemer heeft verder zijn stelling dat hij zich na ontvangst van het deskundigenoordeel beschikbaar heeft gehouden voor werk, onvoldoende onderbouwd. De transitievergoeding (herberekend), niet uitbetaalde vakantiedagen en de indexering worden toegewezen. Werknemer heeft aanspraak gemaakt op betaling van de volledige advocaatkosten. Voor de veroordeling tot betaling van de volledige advocaatkosten is slechts plaats in buitengewone omstandigheden. Deze situatie doet zich niet voor. Ook heeft werknemer niet om een billijke vergoeding verzocht, zodat de advocaatkosten niet aan een billijke vergoeding kunnen worden toegerekend zoals is gebeurd in de jurisprudentie waar werknemer naar verwijst.