Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/EOS B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 7 januari 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:1994
Geen sprake van disfunctioneren en geen verbetertraject gestart, zodat ontslag op staande voet wordt vernietigd. Toekenning billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2018 in dienst getreden bij EOS B.V. in de functie van financieel controller. Op 16 september 2020 stond een functioneringsgesprek met werknemer gepland. Voor aanvang van het functioneringsgesprek heeft EOS aan werknemer medegedeeld dat de persoon met wie werknemer het functioneringsgesprek zou hebben niet aanwezig was zodat werknemer met iemand anders het gesprek zou hebben. Werknemer heeft hierop geantwoord dat de gang van zaken niet was zoals afgesproken en heeft aangegeven het gesprek zo niet te willen voeren. Werknemer is hierop op staande voet ontslagen. EOS heeft aan het ontslag werknemers werkhouding, financieel mismanagement en werkweigering ten grondslag gelegd. Bij e-mailbericht van 2 november 2020 heeft EOS het ontslag staande voet ingetrokken. Bij e-mailbericht van 3 november 2020 heeft werknemer medegedeeld dat hij niet instemt met een intrekking van het ontslag op staande voet en dat hij berust in het ontslag. EOS heeft aan werknemer een transitievergoeding betaald. Werknemer verzoekt de kantonrechter EOS te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 66.302,56 en toekenning van een gefixeerde schadevergoeding.

Oordeel

In de ontslagbrief van 16 september 2020 wordt als dringende reden door EOS opgegeven dat werknemer niet goed functioneerde, dat hij weigerde een verbetertraject te volgen en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan werkweigering. Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden op. EOS voert ter onderbouwing van het disfunctioneren aan dat werknemer ten onterechte NOW-subsidie heeft aangevraagd, een financiering van € 50.000 is aangegaan, uitstel heeft aangevraagd van afdracht loonbelasting en pensioenpremies en geen reiskostenvergoeding bij de gemeente heeft gedeclareerd. Werknemer heeft daartegen ingebracht  dat dit noodzakelijke werkzaamheden waren, juist om de financiële situatie van EOS op peil te houden. Bovendien gaat het in sommige gevallen juist om werkzaamheden die zijn uitgevoerd in opdracht van EOS. EOS heeft die uitleg onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat uitgangspunt is dat er geen sprake is van disfunctioneren. Evenmin is aangetoond dat EOS werknemer op het gestelde disfunctioneren heeft gewezen en hem de gelegenheid heeft geboden zijn functioneren te verbeteren. Uit de agenda van het functioneringsgesprek bleek juist dat EOS werknemer nog een verbetertraject zou aanbieden. Dat impliceert dat er nog geen serieus gesprek over het functioneren van werknemer had plaatsgehad en hem ook nog geen aanbod tot het volgen van een verbetertraject was gedaan. Van een weigering van werknemer om een verbetertraject te volgen kon dan ook nog geen sprake zijn. Verder bestempelt EOS de gang van zaken met betrekking tot het functioneringsgesprek als werkweigering. De rechter stelt voorop dat niet elke werkweigering zonder meer kan leiden tot een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet, dat zal mede afhangen van de gegeven omstandigheden. De kantonrechter is van oordeel dat het niet willen voeren van een functioneringsgesprek met als reden dat er andere personen aanwezig zullen zijn dan vooraf afgesproken, niet is aan te merken als een dringende reden. Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, wordt het verzoek van werknemer om toekenning van de billijke vergoeding toegewezen. De kantonrechter neemt aan dat de arbeidsovereenkomst niet langer had voortgeduurd dan tot 1 april 2021. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het tussen partijen gerezen geschil, ook na het volgen van een verbetertraject of mediation, zeer waarschijnlijk niet later dan rond deze datum aanleiding was geweest voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook zijn de perspectieven van werknemer op de arbeidsmarkt niet bij voorbaat ongunstig. De kantonrechter komt tot een inkomensschade van € 35.913,88. Als daar de transitievergoeding van af wordt getrokken, komt de kantonrechter toe tot toekenning van een billijke vergoeding van € 30.000. EOS wordt eveneens veroordeeld tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding.