Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 25 maart 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:1514
Reorganisatie bij een bank. Allerminst zeker dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de functies van directievoorzitter en directeur Coöperatieve Bank met voorzittersrol uitwisselbaar zijn. Vorderingen afgewezen.

Feiten

Werkneemster is in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) werkgever. Sinds 1 maart 2019 is zij werkzaam in de functie van directievoorzitter (35 FTE) bij de lokale bank en geeft zij leiding aan circa 45 medewerkers. Haar laatst verdiende salaris bedraagt € 17.778,35 bruto per maand, inclusief 13e maand, vakantiegeld, leaseauto en managementtoeslag. Bij werkgever hebben meerdere reorganisaties plaatsgevonden. Inmiddels is werkgever bezig met het doorvoeren van de reorganisatie ‘Bankieren 3.5’. Met die reorganisatie komt onder meer de functie van directievoorzitter lokale bank te vervallen en komen er nieuwe directieposities op kringniveau. Werkneemster heeft zich in eerste instantie beschikbaar gesteld voor twee van de nieuwe directiefuncties, maar zij heeft hiervoor geen geschiktheidsverklaring verkregen en derhalve niet op de functies gesolliciteerd. Op een andere functie is werkneemster, ondanks geschiktheidsverklaring, afgewezen. Bij brief van 22 februari 2021 is werkneemster door werkgever geïnformeerd dat haar functie met ingang van 1 april 2021 zal komen te vervallen en dat zij per die datum boventallig wordt omdat werkgever haar geen andere passende functie kan aanbieden. Kernvraag in deze procedure is of de functies directievoorzitter van een lokale bank en directeur Coöperatieve Bank met voorzittersrol uitwisselbaar zijn.

Oordeel

Werkneemster heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de functies uitwisselbaar zijn de functieprofielen van de beide functies in het geding gebracht en heeft aan de hand van die profielen een tabel opgesteld. Op basis van deze tabel vertonen de functies op het eerste gezicht inderdaad veel gelijkenissen. Ter zitting is echter duidelijk geworden dat er ook een aantal belangrijke verschillen tussen de beide functies zijn. Zo verschilt allereerst de reikwijdte van de beide functies wezenlijk. De functie van directeur Coöperatieve Bank geeft leiding aan ongeveer 450 medewerkers en naar het oordeel van de kantonrechter is het evident dat dit een andere manier van leiderschap en samenwerking vereist dan de manier waarop werkneemster op dit moment opereert, namelijk vanuit een (meer) hiërarchische positie en leidinggevend aan 45 mensen. Een ander verschil betreft de belangrijkste verantwoordelijkheden en resultaatgebieden van de beide functies. Verder staat vast dat geen van de andere 72 directievoorzitters van de door de reorganisatie bedreigde lokale banken het standpunt heeft ingenomen dat zijn/haar functie in de praktijk niet is vervallen en wordt voortgezet in de nieuwe functie binnen de kring. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter ook een indicatie dat het hier niet gaat om uitwisselbare functies. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het allerminst zeker is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de functies van directievoorzitter van een lokale bank en directeur Coöperatieve Bank met voorzittersrol uitwisselbaar zijn. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft daarom als uitgangspunt te gelden dat het aan de werkgever is om te beoordelen wie voor het vervullen van de vacature van directeur Coöperatieve Bank met voorzittersrol (het meest) geschikt is. Tot slot oordeelt de kantonrechter dat niet kan worden geconcludeerd dat het proces rondom het bepalen van de geschiktheid voor de functie van directeur Coöperatieve Bank met voorzittersrol niet transparant en niet objectief is verlopen. De vordering tot (tijdelijke) tewerkstelling van werkneemster in deze functie wordt derhalve afgewezen.