Naar boven ↑

Rechtspraak

Detailconsult Personeel B.V./werkneemster
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 maart 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:846
Kassamedewerkster terecht op staande voet ontslagen wegens verzilveren van emballagebon (€ 6) van klant. Persoonlijke omstandigheden van werkneemster wegen niet op tegen belang van werkgever bij strikte naleving van de bedrijfsregels.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 1997 in dienst getreden bij Detailconsult Personeel B.V. (hierna: Detailconsult). Werkneemster was laatstelijk werkzaam in de functie van kassamedewerker B. Op 26 augustus 2019 heeft werkneemster tijdens haar kassawerkzaamheden verzuimd een emballagebon ter waarde van € 6 van een klant te scannen. Werkneemster heeft deze bon in haar broekzak gestopt en vervolgens mee naar huis genomen. Op 4 september 2019 heeft werkneemster de bon bij de Servicebalie van Detailconsult ingeleverd en het retourbedrag waarop de bon recht gaf, ontvangen. Op 5 september 2019 heeft een collega van werkneemster de supermarktmanager geïnformeerd over de door werkneemster ingeleverde bon. Daarop heeft Detailconsult een onderzoek laten verrichten door SecMan B.V., een extern beveiligingsbureau. Uit een door SecMan opgemaakt proces-verbaal van 11 september 2019 volgt dat aan de hand van camerabeelden is geconstateerd dat werkneemster op 26 augustus 2019 een emballagebon van een klant heeft ontvangen maar de bon niet heeft gescand. In een gesprek op 9 september 2019 heeft Detailconsult werkneemster geconfronteerd met de bevindingen van het onderzoek. Detailconsult heeft werkneemster op 9 september 2019 op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat geen sprake was van een dringende reden. De kantonrechter heeft geen billijke vergoeding toegekend en het verzoek om toekenning van de vergoeding tot onregelmatige opzegging toegewezen. Detailconsult is hiervan in hoger beroep gekomen.

Oordeel

Werkneemster heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat zij wist dat ze fout zat en dat zij de bon aan haar leidinggevende had moeten geven. Ook is van belang dat werkneemster in het gesprek van 9 september 2019 met Detailconsult heeft verklaard dat zij spijt heeft van haar handelen en dat het niet had mogen gebeuren. Detailconsult heeft verder aangevoerd dat werkneemster op 4 september 2019 bij het verzilveren van de bon aan de desbetreffende kassamedewerkster heeft verklaard dat haar man was vergeten de bon eerder die week te verzilveren. Werkneemster heeft ook in hoger beroep niet weersproken dat zij aldus heeft verklaard. Op grond van het voorgaande acht het hof onvoldoende aannemelijk dat werkneemster uit vergissing heeft gehandeld. Het hof stelt voorop dat de handelwijze van werkneemster, het zich toe-eigenen van een emballagebon ter waarde van € 6 die een klant toebehoorde en het vervolgens verzilveren van die emballagebon voor eigen gewin en het daarbij niet naleven van de binnen Detailconsult geldende regels, in strijd is met het zerotolerancebeleid van Detailconsult. Het hof is van oordeel dat Detailconsult voldoende heeft onderbouwd, mede gelet op het bedrijfsreglement, dat haar medewerkers van het door haar gevoerde zerotolerancebeleid op de hoogte zijn en dat zij op verschillende manieren voortdurend aan dat beleid worden herinnerd. Met het oog daarop en gelet op het langdurige dienstverband van werkneemster acht het hof niet aannemelijk dat werkneemster van dat beleid geen kennis had. Het hof acht het voorts van groot belang dat Detailconsult als exploitant van supermarkten te maken heeft met een verhoogd risico op het wegnemen van goederen en zaken door haar eigen personeel. Detailconsult heeft ter voorkoming daarvan een rechtens te respecteren belang bij strikte naleving door werknemers van de binnen haar onderneming geldende regels. De aard en de ernst van de omstreden gedraging van werkneemster zijn, gelet op het hierboven genoemde belang van Detailconsult en op het vertrouwen dat Detailconsult in kassamedewerkers moet kunnen hebben, van een dusdanig gewicht dat deze gedraging een dringende reden voor ontslag oplevert, ook als rekening wordt gehouden met de duur van het dienstverband van werkneemster, haar voor 10 september 2019 onberispelijke staat van dienst, de ingrijpende gevolgen van het gegeven ontslag voor werkneemster en haar verdere belangen en persoonlijke omstandigheden – zoals haar leeftijd en vooruitzichten op de arbeidsmarkt. De gedraging waarop het ontslag van werkneemster is gestoeld vormt, ongeacht de beperkte omvang van het ermee gemoeide bedrag, een zo wezenlijke inbreuk op de belangen van Detailconsult en op het door Detailconsult in werkneemster gestelde en van deze te verlangen vertrouwen dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet van Detailconsult kon worden gevergd en dat niet op grond van de belangen en persoonlijke omstandigheden van werkneemster kan worden geoordeeld dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt. Dat betekent dat het door Detailconsult aan werkneemster gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Het oordeel dat het aan werkneemster gegeven ontslag rechtsgeldig is, leidt ertoe dat werkneemster geen recht heeft op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.