Naar boven ↑

Rechtspraak

GVB Exploitatie B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 april 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1233
Werkgeefster niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Werkgeefster had niet alleen werknemer, maar ook diens bewindvoerder in rechte moeten betrekken.

Feiten

Werknemer is in dienst bij GVB. Werknemer is onder (beschermings)bewind gesteld. In eerste aanleg heeft GVB verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen. In eerste aanleg is dit verzoek afgewezen. In hoger beroep verzoekt GVB alsnog een datum te bepalen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Werknemer stelt dat GVB niet-ontvankelijk is in haar beroep, omdat GVB werknemer in rechte heeft betrokken, terwijl het haar bekend is dat werknemer niet in rechte mag optreden.

Oordeel

Bewind houdt in dat een rechthebbende wiens goederen onder bewind zijn gesteld ten aanzien van die goederen zelfstandige beheers- en beschikkingsbevoegdheid mist, wat meebrengt dat hij met betrekking tot die goederen niet als verzoekende of verwerende partij in rechte kan optreden. De Hoge Raad heeft in een arrest van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2015:525) in een huurzaak geoordeeld dat de bewindvoerder dient op treden als formele procespartij ten behoeve van de partij wiens goederen onder bewind zijn gesteld. Ditzelfde heeft te gelden in de onderhavige arbeidszaak. Weliswaar brengt het bewind niet mee dat de bewindvoerder partij wordt bij de arbeidsovereenkomst, maar de daaruit voorvloeiende rechten van werknemer zijn aan te merken als goederen in de zin van artikel 1:431 lid 1 BW. De bewindvoerder dient daarom op te treden ten behoeve van de rechthebbende als formele procespartij in een procedure als de onderhavige. GVB heeft in hoger beroep alleen werknemer in rechte betrokken, terwijl zij het bewind van werknemer kende. Van een procedure in hoger beroep waarin de bewindvoerder formele procespartij is, is dan ook geen sprake. Werknemer heeft tijdens de mondelinge behandeling het niet-ontvankelijkheidsverweer gehandhaafd, zodat – gelet op het voorgaande – GVB niet kan worden ontvangen in haar hoger beroep.