Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 2 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:3806
Feiten
In het tussenvonnis is Detailconsult Personeel B.V. (hierna: Detailconsult) in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat zij werknemer in de periode tot 23 januari 2019 heeft gevraagd om de uren die hij niet op zondag kon werken, op andere dagen te werken, maar dat hij hiertoe niet bereid of niet beschikbaar was. Detailconsult heeft bij akte van 26 mei 2020 schriftelijk bewijs geleverd in de vorm van een verkorte handleiding van de planningsmodule en heeft daarbij een toelichting gegeven.
Oordeel
De kantonrechter acht onvoldoende bewezen dat Detailconsult werknemer daadwerkelijk heeft gevraagd om de uren die hij niet op zondag kon werken, op andere dagen te werken en dat hij hiertoe niet bereid of beschikbaar was. Detailconsult heeft alleen verwezen naar de bij conclusie van dupliek door haar overgelegde brief van 14 augustus 2019. Daaruit blijkt volgens Detailconsult dat zij met werknemer heeft gesproken over de mogelijkheden om de niet op zaterdag en zondag ingeplande dagen op andere momenten te werken, maar dat hij niet op andere momenten beschikbaar was. Volgens Detailconsult heeft de gemachtigde van werknemer in haar schriftelijke reactie van 10 september 2019 de stellingen van Detailconsult niet ontkend en heeft zij erkend dat sprake was van beperkte beschikbaarheid van werknemer. De kantonrechter volgt Detailconsult niet in dit betoog. In die betreffende brief schrijft de gemachtigde van werknemer immers dat de beschikbaarheid van werknemer nooit ter sprake is geweest en dat werknemer bereid was geweest om zijn tweede baan op te zeggen en dat standpunt heeft werknemer ook in de procedure steeds ingenomen. Detailconsult heeft geen ander schriftelijk bewijs geleverd en heeft ook niet aangeboden om getuigen te doen horen, zodat het bewijs op dit punt niet geleverd wordt geacht. De kantonrechter is verder van oordeel dat de door Detailconsult gegeven toelichting op de planningsmodule onvoldoende is om aan te nemen dat werknemer niet beschikbaar is geweest om de uren die hij niet op zondag kon worden ingezet, op andere momenten te werken. Vaststaat dat werknemer in de planningsmodule tijdvakken heeft aangegeven waarop hij beschikbaar was en waarop hij niet beschikbaar was. Anders dan Detailconsult stelt, kan uit die module echter niet worden afgeleid dat werknemer op de tijdvakken waarop hij niets heeft ingevuld, niet beschikbaar was. Gelet op wat werknemer hierover heeft aangevoerd en met stukken onderbouwd, is voldoende aannemelijk dat in de planningsmodule vooral werd gewerkt met een voorkeursbeschikbaarheid, maar dat in de praktijk ook werd afgeweken van de opgegeven beschikbaarheid. Uit de door werknemer overgelegde roosters blijkt namelijk dat hij ook op momenten buiten de opgegeven beschikbaarheid – in de wit gekleurde tijdvakken – is ingeroosterd. Daaruit kan worden afgeleid dat de planningsmodule niet heel strikt werd gehanteerd. De door Detailconsult overgelegde gegevens uit de planningsmodule en de toelichting daarop bieden daarom onvoldoende steun voor de stelling dat werknemer op andere momenten dan de groen gekleurde vakken niet beschikbaar was. De conclusie is dat Detailconsult niet is geslaagd in het te leveren bewijs, zodat niet vast is komen te staan dat werknemer in de periode tot 23 januari 2019 is gevraagd de uren die hij niet op zondag kon werken, op andere dagen te werken, maar dat hij hiertoe niet bereid of niet beschikbaar was. Dit betekent, zoals in het tussenvonnis is overwogen, dat werknemer in de periode tot 23 januari 2019 recht heeft op loon over 24,2 uur per week.